Kindcentrum De Droomgaard

Voorwoord

Kinderopvang is onze passie. Samenwerken zit in ons bloed. Wij voelen ons verantwoordelijk voor de ontwikkeling van elk kind en willen daar elke dag mee bezig zijn.

Voor u ligt het pedagogisch werkplan van Puck&Co IKC De Droomgaard. In dit plan staat beschreven hoe wij onze visie in praktijk brengen. Voor onze algemene visie verwijzen wij u graag naar het Pedagogisch Beleidsplan.

 

Op Kindcentrum De Droomgaard bieden wij dagopvang, peuteropvang en buitenschoolse opvang.

  • De Graankorrels: Een verticale groep voor kinderen van 0-4 jaar (max. 12 kinderen)
  • De Windmolen: Een peutergroep voor kinderen van 2-4 jaar (max. 16 kinderen)
  • De Goudhanen: Een buitenschoolse opvanggroep voor kinderen van 4-12 jaar (max. 22 kinderen)

Openingstijden

De peutergroep met VVE-arrangement is alleen in de schoolweken geopend, 40 weken per jaar.

Dagen van de week: Openingstijden: VVE-aanbod:
Maandag 8.30-12.30 uur Ja
Dinsdag 8.30-12.30 uur Ja
Woensdag is de peutergroep met VVE gesloten.
Donderdag 8.30-12.30 uur Ja
Vrijdag 8.30-12.30 uur Ja

Vanaf 1 augustus 2020 zijn we verplicht om 16 uur voorschoolse educatie aan te bieden aan kinderen met een VE-indicatie vanaf 2,5 jaar. In de 1,4 jaar dat de kinderen bij ons zijn, wordt er dan in totaal 960 uur aangeboden.

Dit pedagogisch werkplan is een plan over visie, werkwijze, samenwerking en omgangsvormen binnen IKC De Droomgaard en is bedoeld voor ouders/verzorgers van de kinderen en voor de pedagogisch medewerkers. Het is tot stand gekomen vanuit het algemeen pedagogisch beleid en veiligheidsprotocollen van Puck&Co. Veel zaken overlappen elkaar. Dit betekent dat u regelmatig tegen zult komen dat wij refereren aan het pedagogisch beleidsplan of andere beleidsmatige stukken die reeds aanwezig zijn binnen Puck&Co. Het complete pedagogisch beleid kunt u downloaden vanaf de website www.puckenco.nl of opvragen bij onze afdeling Klant&Service.

Dit locatiegericht werkplan is gemaakt op basis van één format voor al onze opvangvormen (Dagopvang, Peuteropvang en BSO). We merken dat deze opzet ervoor zorgt dat wanneer enkel een dagopvang, peuteropvang of een BSO aanwezig is, niet alle informatie relevant is voor alleen die aanwezige opvangvorm. Wij gaan dit aanpassen bij het inrichten van onze nieuwe website voor een betere leesbaarheid en compacter plan. U mag bij vragen of onduidelijkheden altijd contact opnemen met hilde.dewaart@puckenco.nl.

We werken vanuit vier basisdoelen met kinderen

  • Bieden van emotionele en fysieke veiligheid; we willen kinderen een fysiek en emotioneel veilige omgeving bieden;
  • Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van persoonlijke competenties; we willen dat kinderen bij ons kunnen spelen;
  • Gelegenheid bieden tot het ontwikkelen van sociale competenties; we willen dat kinderen bij ons kunnen ontmoeten;
  • Overdracht van normen en waarden; we willen dat kinderen zich bij ons individueel en sociaal kunnen ontwikkelen.

Deze vier basisdoelen worden in dit werkplan uitvoerig beschreven op zodanige wijze dat een ieder IKC De Droomgaard herkent. Het ‘eigene’ van ons werk is hier duidelijk terug te vinden.

We gaan er vanuit dat kinderen een natuurlijke kracht hebben om zich te ontwikkelen met veel mogelijkheden in zich. We zien het kind als een ‘onderzoeker’ en ‘ontwikkelaar’. Kinderen moeten op hun eigen manier de wereld ontdekken. Dat ontdekken gaat door spel, activiteiten, communiceren en exploreren. We vinden het belangrijk dat kinderen gezien, gekend en bevestigd worden.

Dit pedagogisch werkplan is niet statisch. Het vraagt om regelmatige bijsturing, omdat de opvang van kinderen in een groep een dynamisch proces is. Het geeft richting aan ons handelen, het biedt houvast en het geeft duidelijkheid. Het dagritme dat het kind meemaakt, wordt in dit pedagogisch werkplan gebruikt als leidraad. Daarnaast zullen de verschillende ontwikkelingsgebieden in dit plan aan de orde komen.

Namens alle medewerkers van IKC De Droomgaard

Veel leesplezier!

Integraal Kindcentrum De Droomgaard

Goudenregenstraat 1

6921 EG  DUIVEN

NOOT:
In verband met de leesbaarheid is gekozen om in de gehele tekst het woord ‘ouders’ te gebruiken. Hier kan ook ‘verzorgers’ worden gelezen.

Inhoudsopgave:

Opvang

1.1 Visie op de opvoeding van kinderen en de rol van de pedagogisch medewerkers

Ieder kind ervaart en bekijkt de wereld vanuit zijn eigen beleving en ontwikkelingsniveau. Ieder kind is uniek en vraagt om een eigen benadering die bij hem past. Dit houdt in dat we objectief naar ze kijken en luisteren en ingaan op wat ze aangeven. Ons inleven in het ontwikkelingsniveau en de belevingswereld van een kind is daarbij een voorwaarde. In dit hoofdstuk leest u onze visie en hoe we dit concreet vorm willen geven.

We willen kinderen een fysiek en emotioneel veilige omgeving bieden

We heten elk kind individueel welkom bij binnenkomst op de groep. De relatie met de pedagogisch medewerker moet het kind een gevoel van veiligheid, geborgenheid en vertrouwen geven, zodat het kind de omgeving durft te ontdekken en te onderzoeken. Dit doen wij door bewust te kijken en te luisteren naar kinderen. Door gevoelig te zijn voor de signalen die een kind verbaal en non-verbaal geeft, te luisteren en hier adequaat op in te gaan (dit noem je sensitieve responsiviteit), nemen we het kind serieus. Het gevoel van veiligheid is de basis voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen. Als een kind zich veilig voelt en weet dat het op een pedagogisch medewerker terug kan vallen, kan het zijn aandacht richten op zichzelf en

de omgeving en nieuwe indrukken opdoen. Dit geeft een kind zelfvertrouwen en draagt bij tot een positief zelfbeeld. We monitoren het welbevinden van de kinderen. Een goede sfeer op de groep wordt gestimuleerd door aandacht te tonen, zorg voor elkaar te stimuleren en positief te kijken en luisteren naar ieder kind.

Een fysiek veilige omgeving voorkomt dat kinderen terecht komen in gevaarlijke situaties. De pedagogisch medewerker biedt door middel van structuur, en wanneer nodig het nemen van de leiding, het kind een veilige omgeving waarin het ongehinderd op onderzoek uit kan gaan. Bijvoorbeeld door het hebben van een duidelijke dagindeling en het consequent hanteren van (een paar) regels en afspraken. Wij vinden het belangrijk om evenwicht te vinden tussen het bieden van enerzijds vrijheid en ruimte en anderzijds structuur.

De volgende afspraken en regels hanteren wij op de groepen binnen Puck&Co om voor veiligheid te zorgen

  • Kindvriendelijk speelgoed; geen scherpe, kapotte of te kleine onderdelen, geschikt voor leeftijds-
    groep 0 t/m 4 jaar;
  • Gevaarlijke dingen zoals scharen of schoonmaakmiddelen staan buiten het bereik van kinderen;
  • Baby’s slapen onder een lakentje, op hun rug en niet te warm om wiegendood te voorkomen;
  • Als er kinderen slapen wordt er regelmatig gecontroleerd, bij baby’s om het kwartier;
  • Jaarlijkse controle van risico objecten zoals speeltoestellen;
  • Er is altijd een pedagogisch medewerker met kinder-EHBO en BHV diploma aanwezig;
  • Geïmplementeerde en actuele monitor en beleid Veiligheid&Gezondheid aanwezig op locatie;
  • De noodbedjes worden vrijgehouden voor het geval zich calamiteiten voordoen;
  • Er zijn geen kussens of losse doeken in de bedden van de kinderen.

De volgende afspraken en regels hanteren wij op de groepen binnen IKC De Droomgaard om voor veiligheid te zorgen:

Binnen IKC De Droomgaard is er gezorgd dat alle groepen kindveilig zijn ingericht. Dit houdt in; vingersafes, traphekjes, kinderbeveiliging op de kastjes en beveiligde stopcontacten. Wij zijn erg oplettend op kleine rondslingerende voorwerpen, dit in verband met rondkruipende baby’s.

Daarmee wordt voorkomen dat de baby’s “klein” speelgoed in hun mond kunnen steken. Alle gangen binnen het IKC worden vrijgehouden van obstakels waaronder kinderwagens en buggy’s. Dit is nodig voor een mogelijke ontruiming bij calamiteiten zoals brand. Het gebouw is voorzien van een brandmelding installatie, nooduitgangen, brandhaspels, blusdekens en brandblussers. Eén keer per jaar vindt er een ontruimingsoefening plaats binnen IKC De Droomgaard. Op elke groep is een ontruimingsplan aanwezig zodat de pedagogisch medewerkers weten hoe ze moeten handelen in het geval zich een calamiteit voordoet. Er is een geïmplementeerde en actuele monitor en beleid Veiligheid&Gezondheid aanwezig op de locatie. Dit wordt door de GGD gecontroleerd, met het team en met de oudercommissie besproken. Het inspectierapport van de GGD is te bekijken via de site van Puck&Co.

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen om ongelukken en gezondheidsrisico’s te voorkomen is het niet geheel uit te sluiten dat er toch een ongeluk(je)/besmetting kan voorkomen. IKC De Droomgaard kiest er bewust voor om niet alles optimaal te beveiligen. Kinderen moeten ook leren dat niet alles zomaar kan en mag. Op deze manier leren zij op hun eigen wijze enige vorm van verantwoordelijkheid te nemen. Een kind kan bijvoorbeeld vallen, botsen of in aanraking komen met bacteriën. In de jaarlijkse Veiligheid & Gezondheid inventarisatie nemen wij deze risico’s mee als aanvaardbare risico’s die in ons IKC, waar veel kinderen en medewerkers verblijven, kunnen voorkomen. Indien er onaanvaardbare risico’s zijn zoals, gevaar voor elektriciteit of verbranding, zal er onmiddellijk een actie volgen om het risico te vermijden dan wel te verhelpen. Ter bevordering van de veiligheid leren wij de kinderen om:

  • Zoveel mogelijk gewoon te lopen, niet te rennen op de groep
  • Elkaar niet te slaan of bijten
  • Niet te staan of klimmen op de meubels
  • Zorgvuldig om te gaan met speelgoed en wanneer het kapot is het na overleg weg te gooien

Dit doen wij door de kinderen positief te blijven aanspreken en uit te leggen waar het materiaal voor bedoeld is.

We willen dat kinderen bij ons kunnen spelen

Wanneer je naar jonge kinderen kijkt, valt één ding onmiddellijk op; kinderen zijn altijd bezig, spontaan en ze spelen met volledige overgave.

Kinderen willen experimenteren en ontdekken, hebben plezier en vinden alles leuk. Spel is het ontdekken van jezelf, het ontdekken van de ander en het ontdekken van de wereld. Met fantasiespel, speelt het de ‘grote’ wereld na. Kinderen ontdekken de materialen en voorwerpen, ze voeren handelingen uit en uiteindelijk spelen ze rollen uit het ‘echte leven’ na.

We geven kinderen ook de ruimte om los te komen van de stereotype rol van jongen-meisje. Jongens mogen bij ons met poppen spelen, speldjes in de haren hebben en ‘meisjeskleren’ dragen als ze zich willen verkleden. Meisjes mogen met auto’s spelen en in hun fantasiespel kunnen zij ridder, vader of boef zijn. Lichamelijke verschillen tussen jongens en meisjes worden bij ons benoemd als het kind er zelf mee komt.

Ruimte om te spelen is de kern en basis van ons aanbod en handelen. Wij zorgen voor een rijke speelleeromgeving en stimuleren bijvoorbeeld de ontwikkeling van de kinderen tijdens het meespelen. Onder het kopje ‘werkwijze en dagindeling’ staat uitgewerkt hoe ons aanbod en handelen er concreet uitziet.

We willen dat kinderen zich bij ons kunnen ontwikkelen; individueel, want ieder kind is uniek

Het uitgangspunt binnen Puck&Co is dat wij kinderen de ruimte geven om zich op eigen wijze te ontwikkelen. Hiermee bedoelen we dat we kinderen de vrijheid geven zelf te kiezen wát ze willen doen, in hun eigen tempo, waarbij ze initiatieven mogen nemen waar pedagogisch medewerkers positief op ingaan, oftewel we hebben respect voor de autonomie van het kind. Veel spelmateriaal op de groepen staat daarom op kind hoogte. Kinderen mogen zelf spelmateriaal pakken, mits dit veilig is. Wij proberen een zo gevarieerd mogelijk aanbod te doen in materialen en activiteiten waarbij wij rekening houden met de verschillende ontwikkelingsniveaus en behoeftes van de kinderen. Wij stimuleren hierbij de taal, rekenwiskundige, creatieve, motorische, zintuiglijke, sociaal-emotionele en cognitieve ontwikkeling van kinderen op een manier die past bij de leeftijd van de kinderen. Hoe wij dit concreet doen, staat uitgewerkt onder het kopje ‘werkwijze en dagindeling’.

Wanneer een kind ervaart dat het iets zelf kan, geeft dat een gevoel van trots en zelfvertrouwen. Een extra stimulans om door te gaan met die ontwikkeling. Wij proberen de kinderen daarin te stimuleren door bijvoorbeeld het geven van extra ‘taken’ (helpen van de pedagogisch medewerkers), etc.

Het hangt van (de leeftijd van) het kind af hoeveel letterlijke ruimte geboden kan worden. Van een peuter die alleen naar het toilet gaat tot een groep oudere kinderen die even ‘alleen’ buiten spelen (met toestemming van ouders). Er wordt tussen de pedagogisch medewerkers goed afgesproken hoeveel ‘ruimte’ ieder kind krijgt/ kan krijgen. Wij vinden dat kinderen deze ruimte nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen.

We willen dat kinderen zich bij ons kunnen ontwikkelen; in contact met leeftijdsgenootjes en andere kinderen

Een belangrijk aspect uit de kinderopvang is dat kinderen de kans krijgen anderen te ontmoeten. Kinderen leren op een natuurlijke wijze rekening te houden met elkaar en hun zelfvertrouwen en weerbaarheid te ontwikkelen door het groepsgebeuren. De jongste kinderen kunnen zich in hun ontwikkeling optrekken aan de oudere kinderen. Oudere kinderen leren de jongere kinderen te helpen. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen elkaar leren kennen en vertrouwd raken met elkaar. Bijvoorbeeld door het leren kennen van de namen van alle kinderen of kinderen te stimuleren elkaar te helpen.

Kinderen leren veel van elkaar, door te kijken naar elkaar en door (non-verbale en verbale) interactie met elkaar. De pedagogisch medewerker begeleidt hen bij deze interacties door bijvoorbeeld kinderen bij elkaars spel te betrekken, op elkaar te laten reageren in een gesprek of samen te laten spelen in een speelhoek. Kinderen leren op deze manier samen te spelen en te delen, respect te hebben voor (de visie van) de ander, samen plezier te hebben en zo een band met elkaar op te bouwen.

En wanneer er conflicten ontstaan stimuleren wij de kinderen deze samen op te lossen. We leren de kinderen hoe je in gesprek gaat met elkaar en begeleiden hierbij de interacties tussen kinderen. De pedagogisch medewerker leert de kinderen hoe we met elkaar omgaan en zorg dragen voor elkaar door erover te praten en uitleg te geven, grenzen te stellen om voor een veilige omgeving te zorgen en door het goede voorbeeld te geven.

We willen dat kinderen elkaar bij ons kunnen ontmoeten

In de kinderopvang komen veel kinderen samen. Kinderen die qua persoonlijkheid, cultuur en in waarden en normen die ze van thuis meekrijgen verschillen. Een samenleving in het klein dus en een mooie plek om te leren omgaan met deze verschillen in persoonlijkheid, cultuur en opvatting. En om te leren opkomen voor jezelf. “Kinderen mogen alles willen, alles voelen en alles denken, maar ze mogen niet alles doen”.

De pedagogisch medewerker biedt kinderen duidelijke regels. Er zijn zo min mogelijk regels die de behoeften van de kinderen inperken, maar we vinden het wel belangrijk dat kinderen rekening leren houden met zijn/haar eigen veiligheid, behoeften en respect van anderen. Wij praten hierover met de kinderen en leggen uit waarom iets wel of niet kan. Op deze manier weet een kind waar het aan toe is en wat er van hem/haar verwacht wordt. Mocht het noodzakelijk zijn om het gedrag van een kind te corrigeren, proberen we het kind zoveel mogelijk positief af te leiden en te sturen om ongewenst gedrag te voorkomen en gewenst gedrag te stimuleren door te belonen. Als een kind boos wordt omdat we het gedrag corrigeren, dan laten we het kind even tot rust komen en gaan dan met het kind een gesprekje aan over zijn/haar gedrag. Wij vinden het belangrijk, dat het conflict altijd wordt opgelost en dat we niet te lang boos blijven op het kind. Hiermee willen wij duidelijk maken, dat we het gedrag van het kind afkeuren, en dus niet het kind als persoon.

Wij willen dat de kinderen elkaar met respect behandelen

Preventief:  Binnen onze organisatie creëren we een klimaat waarin pesten geen normaal gedrag is en met behulp van omgangsregels spreken we af hoe we ons ten opzichte van elkaar gedragen.

Directe aanpak:  Op IKC De Droomgaard zijn alle pedagogische medewerkers zoveel mogelijk betrokken bij wat een kind beleeft, voelt en ervaart. Dit doen zij door bewust te kijken en te luisteren naar kinderen. Het gevoel van veiligheid is de basis voor kinderen om zich te kunnen ontwikkelen. Als een kind zich veilig voelt en weet dat het op een pedagogisch medewerker terug kan vallen, kan het zijn aandacht richten op de omgeving en nieuwe indrukken opdoen. Ook kinderen kunnen, door contact met andere kinderen, emotionele ondersteuning ervaren. Daarom is het van belang dat kinderen op IKC De Droomgaard elkaar leren kennen en vertrouwd raken met elkaar. Dit doen wij door het benoemen van ieders naam, te troosten bij verdriet en leren oplossen van kleine conflicten.

Toch kan het zijn dat er onderling gedrag ontstaat bij kinderen wat een kind als niet prettig kan ervaren. Hiervoor is een Kanjertraining ontwikkeld. De kinderen op de BSO volgen vanuit school de kanjer training, deze passen wij van daaruit ook toe op de BSO:

De kanjertraining richt zich op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Met behulp van de kanjerverhalen en de kanjeroefeningen krijgen kinderen inzicht in hun eigen gedrag en dat van een ander. De Kanjerlessen zijn effectief, duidelijk, verhelderend en helpen kinderen een keuze te maken in hun gedrag. De lessen gaan uit van een positieve levensvisie en zijn toekomst- en oplossingsgericht voor zowel kinderen, medewerkers als ouders.

De doelen van een kanjertraining zijn:

  • Een veilig klimaat, waarin elk kind zich prettig kan voelen en daardoor optimaal kan presteren.
  • Kinderen durven zichzelf te zijn.
  • Kinderen voelen zich betrokken bij elkaar.
  • Kinderen kunnen hun gevoelens onder woorden brengen.
  • Kinderen krijgen meer zelfvertrouwen.

Er zijn vijf kanjerafspraken:

  • We zijn te vertrouwen.
  • We helpen elkaar.
  • We hebben plezier / je bent niet zielig.
  • We werken samen / niemand speelt de baas.
  • We hebben plezier / niemand lacht een ander uit.

1.2 Groepsindeling

Alle baby-, peuter-, en verticale groepen binnen Puck&Co hebben een eigen groepsruimte. De BSO heeft op meerdere locaties een eigen ruimte en maakt op sommige locaties gebruik van een gezamenlijke ruimte, bijvoorbeeld de peuterspeelzaal, gymzaal of gezamenlijke keuken.

Binnen Puck&Co werken we volgens de Beroepskracht Kind Ratio (BKR) conform de Wet Kinderopvang.

Samenwerking tussen groepen bij openen/sluiten (wanneer er sprake is van meer groepen op een locatie)

Aan het begin en einde van de dag kan er, wanneer de beroepskracht/kindratio dit toelaat, samengewerkt worden tussen groepen. Kinderen van een peutergroep die er dan bijv. voor 8.15 uur zijn worden dan opgevangen op de dagopvanggroep, tot de pedagogisch medewerker van de peuteropvanggroep aanwezig is. Of als er meerdere dagopvanggroepen zijn sluiten de dagopvanggroepen gezamenlijk af.

Opvang op een tweede groep (alleen als er meer groepen zijn op een locatie)

Wanneer op rustige dagdelen (zoals de woensdag/vrijdagmiddag) een beperkt aantal kinderen komt naar een groep, kan het zijn dat kinderen worden opgevangen op een andere groep. Ouders geven hiervoor toestemming via ouderportaal Konnect (‘spelen op een tweede groep’).

Wanneer plaatsing op één stam- of basisgroep binnen eenzelfde locatie (tijdelijk) niet mogelijk is, mag een kind geplaatst worden op een 2e stamgroep. Hiervoor dient een ouder toestemming te geven en dit wordt contractueel vastgelegd. Op die manier hebben we een ‘structurele’ plaatsing op een 2e stamgroep geborgd.

Bij alle situaties waarbij kinderen op een andere groep komen wordt altijd gelet op het welbevinden van de kinderen en de eisen vanuit de wet. De kinderen worden zoveel mogelijk opgevangen door vaste gezichten en primair wordt uitgegaan van de behoeften van de jongste kinderen: voor de jongsten wordt zoveel mogelijk herkenbaarheid nagestreefd (dus opvang zal plaatsvinden op de groep van de jongste aanwezige kinderen). De pedagogisch medewerkers houden vinger aan de pols: ze zien toe op de fysieke veiligheid van het kind, maar ook op zijn emotionele welbevinden. Zij gaan dus regelmatig na of de kinderen zich prettig voelen en aan het spelen zijn. De pedagogisch medewerker laat de kinderen indien nodig wennen aan alle ruimtes en begeleidt hen, zeker in het begin, letterlijk over de drempel naar eventueel andere speelruimtes.

De verticale groep bestaat uit maximaal 12 kinderen per dagdeel en de peutergroep kan bestaan uit maximaal 16 kinderen per dagdeel.

Bij de BSO mag één pedagogisch medewerker maximaal 11 kinderen opvangen (kinderen van 7+).

Binnen Puck&Co werken we volgens de Beroepskracht Kind Ratio (BKR) conform de Wet Kinderopvang. Bij de buitenschoolse opvang wordt er opvang geboden voor en na schooltijd, tijdens schoolvakanties, studiedagen en andere vrije dagen van een school.

Binnen Puck&Co IKC De Droomgaard zijn er verschillende groepen aanwezig;

  • Peuteropvang                                   (2-4 jaar) maximaal 16 kinderen
  • Dagopvang,                                       (0-4 jaar) maximaal 12 kinderen
  • BSO (Buiten Schoolse Opvang)    (4-13 jaar) maximaal 22 kinderen

Waarvan:

1 Basisgroep (4-13 jaar) max. 22 kinderen

1.3 Werkwijze

De dagindeling binnen Puck&Co verloopt volgens een vast ritme dat in principe voor alle kinderen geldt. Bij de dagopvang wordt uiteraard veel meer naar de behoeften gekeken qua ritme, vanwege de tijden voor bijv. flesvoeding die bij baby’s nog individueel kunnen zijn bepaald.

Dit ritme geeft een vaste structuur aan de dag voor de kinderen en daarmee voorspelbaarheid, rust en veiligheid. Binnen ons IKC De Droomgaard wordt altijd de Nederlands taal gesproken.

 

Werkwijze Startblokken (alleen van toepassing voor onze KDV)

Op de meeste dagopvang- en peutergroepen van kindercentra Puck&Co wordt met de ontwikkelingsgerichte methodiek Startblokken gewerkt. Soms wordt er in de groep aangesloten bij de manier van werken bij school, bijvoorbeeld Montessori of Uk&Puk (Dalton).

Startblokken biedt kinderen een sterke pedagogische basis (emotioneel vrij zijn, nieuwsgierig zijn, met zelfvertrouwen) in een krachtige speelleeromgeving. Bij de baby’s is er gelegenheid tot ontdekken door middel van de Schattenmand. Bij de peuters bestaat de speelleeromgeving uit verschillende hoeken. In de huishoek- en of themahoek is er ruimte voor (eenvoudig) rollenspel, in de constructiehoek om te bouwen en bij de zand- watertafel om met ‘ongevormde materialen’ te spelen.

Spel is de basis bij het werken met Startblokken en sluit ons inziens aan bij de manier waarop jonge kinderen leren. Spel is voor kinderen een middel om grip te krijgen op de wereld, wat de basis legt voor zijn verdere ontwikkeling. Een kind dat speelt, ontwikkelt zich omdat in het spel alle ontwikkelingsgebieden aan bod komen.

Ook bieden wij binnen Startblokken gerichte activiteiten aan zoals motorische en creatieve activiteiten en boeken, liedjes en versjes om de taalontwikkeling van de kinderen te stimuleren. De inrichting van de hoeken en de aangeboden activiteiten worden zoveel mogelijk verbonden aan een thema. Dit kan een terugkerende gebeurtenis zijn, zoals jonge dieren in de lente of Sinterklaas. Maar ook thema’s die actueel zijn in de groep, bijvoorbeeld het ziekenhuis, doordat een kind naar het ziekenhuis moest. Jonge kinderen leren door herhaling. Daarom zorgen we ervoor dat binnen een thema bepaalde activiteiten meerdere malen worden herhaald. Een thema duurt ongeveer zes weken. Elke groep of locatie zorgt hierbij voor de eigen benodigde materialen. Soms kan hierbij gebruik worden gemaakt van themakisten, met hierin verschillende materialen en activiteiten die passen binnen het betreffende thema. Door gebruik te maken van themakisten, is veel spel, bouw en cognitief materiaal tijdens deze zes weken afgestemd op het thema van dat moment. Dit geldt mede voor de creatieve activiteiten, de (voor)leesboeken en de zang- en dansspelletjes die tijdens deze zes weken aangeboden worden.

Werkwijze observatiesysteem

Om te weten wat het ontwikkelniveau en de behoeften van het kind zijn voeren we allereerst gerichte observaties uit. Dit gebeurt door middel van observatielijst.

Deze observatie en registratie geeft ons informatie over de ontwikkeling van het kind en over wat het kind van de pedagogisch medewerkers nodig heeft, zoals de stimulerende of eventueel remmende factoren. Bijvoorbeeld: het kind heeft duidelijk structuur nodig of: het kind kan andere kinderen goed helpen bij motorische activiteiten?

De informatie over de ontwikkeling van de kinderen in de groep komen in groepsoverzichten. Deze gebruikt de pedagogisch medewerker bij de invullen van het thema en de groepsplannen: de activiteiten en het aanbod. De verschillende Startblokken activiteiten, maar vooral spel en een rijke speelleeromgeving blijft hierbij de basis. Ook bij de begeleiding van de activiteiten gebruikt de pedagogisch medewerker informatie over de ontwikkeling van de kinderen. Bijvoorbeeld: dit kind stel ik een vraag waar het alleen ja of nee op hoeft te antwoorden (gesloten vraag), terwijl ik dit kind juist een vraag stel waar het zelf een antwoord op moet formuleren (open vraag). Bij de begeleiding probeert de pedagogisch medewerker aan te sluiten bij de wijze waarop jonge kinderen leren, door zoveel mogelijk mee te spelen en op die manier de ontwikkeling van de kinderen te stimuleren.

De begeleiding en activiteit kan in de grote groep gebeuren, maar het meest effectief is hierbij om in kleine groepen te werken. Er is dan meer kans op interactie met de kinderen en de pedagogisch medewerker kan het handelen nog beter op de kinderen afstemmen. Om op deze manier te kunnen werken betekent het dat er een duidelijke organisatie en een goede afstemming tussen collega’s moet zijn.

Tijdens de uitvoering van het thema voert de pedagogisch medewerker dagelijkse- en gerichte observaties uit. Dit geeft informatie over de ontwikkeling van het kind en of het aanbod aansluit bij de zone van naaste ontwikkeling van de kinderen. Wanneer dit niet het geval is wijzigt de pedagogisch medewerker het aanbod tijdens het thema of neemt de informatie mee naar de uitwerking van een volgend thema.

De observaties worden bewaard bij de kindgegevens van het desbetreffende kind.

Werkwijze VVE

Kinderen met een VVE indicatie kunnen de peutergroep of voorschool, met behulp van gemeentelijke subsidiegelden, 4 dagdelen per week bezoeken. Bij de peutergroepen wordt als werkwijze gebruikt gemaakt van de eerder beschreven Startblokken werkwijze. Binnen de voorschool wordt de werkwijze afgestemd met de school waar de voorschoolse peutergroep bij in zit. Daar is een intensieve samenwerking mee. Bij het VVE gericht werken is er nóg meer aandacht voor het stimuleren van de taalontwikkeling van de kinderen. Aanbod en begeleiding vindt met name plaats op de taal, rekenen, sociaal- emotionele-,  motorische, creatieve-, cognitieve ontwikkeling.

Doordat de VVE kinderen meerdere uren komen in de week wordt het aanbod vanuit het thema diverse keren herhaald. Voor deze VVE kinderen wordt er ook een handelingsplan geschreven. Hierin staat beschreven waar ze het komende thema concreet aan gaan werken. Dit plan is ook met ouders besproken. De mentor is verantwoordelijk voor het maken van het plan. Aan het einde van het thema wordt er gekeken of de doelen behaald zijn. Op deze werkwijze stimuleren wij de ontwikkelingsbehoefte van de kinderen en is het ook meetbaar voor mentor en ouders of het kind een groei doormaakt.

Wij vinden het belangrijk dat de groepsruimte is afgestemd op de activiteiten en past binnen de werkwijze van Startblokken. Hierin is de speelleeromgeving (= de inrichting van de groepsruimte) van belang.

De groepsruimte is uitdagend en uitnodigend, er is veel te zien en te doen voor de kinderen. De ruimte is ingedeeld in hoeken, bijvoorbeeld bouwhoek, huishoek, leeshoek en themahoek. De hoeken worden door de pedagogisch medewerker aangepast aan het thema. Dat maakt de hoeken voor kinderen tegelijkertijd herkenbaar en uitdagend. Zo zal de kast met ontwikkelingsmaterialen bijvoorbeeld altijd puzzels bevatten, maar het puzzelaanbod is voor een deel afhankelijk van het thema dat aan de orde is. De huishoek kan bijvoorbeeld bij het thema ‘heb jij een fiets met zijwieltjes’ verrijkt worden met spullen waarin kinderen zich kunnen uitleven met alles wat bij fietsen en vervoer komt kijken. Ze wanen zich in een heuse fietsenwinkel  doordat er materialen zijn die bij een fietsenwinkel horen. Hierdoor ontstaan extra kansen door het doen-alsof-spel. Maar ook in andere hoeken kunnen materialen worden toegevoegd of tijdelijk verwijderd. Tevens kan er een themahoek worden gemaakt waarin materialen staan uitgestald die passen bij het thema

Er is structuur en overzicht. Spullen hebben een vaste plek en zijn herkenbaar/ zichtbaar. Door dat de spullen in het zicht staan weten de kinderen wat er in een bak of kast te vinden is en waar dit dus later weer opgeborgen moet worden. Dit bevordert de zelfstandigheid. Kinderen kunnen materialen zelf vinden en het zelf weer opruimen.

Een voorbeeld uitgewerkt van het thema: ‘Heb jij een fiets met zijwieltjes …?’

In de groep is een fietsenwerkplaats ingericht bij het thema ‘Heb jij een fiets met zijwieltjes …?’ De kinderen spelen er met veel plezier. Ze ‘rommelen’ lekker met de spullen en ordenen de materialen en gereedschappen. Ze poetsen en repareren onderdelen, zetten die vast, en plakken lekke banden. Ze spelen dat ze fietsenmaker, klant of verkoper zijn. Ze gaan helemaal op in deze spelactiviteiten die precies bij jonge kinderen passen.
In en rond dit spel is ook de pedagogische medewerker actief. Zij ontwerpt lees-, schrijf- en reken-wiskundeactiviteiten die ertoe doen voor de kinderen en die passen bij de doelen die zij met haar groep voor ogen heeft. Woordenschatuitbreiding bijvoorbeeld, mondelinge communicatie en beginnende geletterdheid en gecijferdheid. Doelen die in de context van het thema en het spel van de kinderen zijn ingebed. Want om ‘echt’ in de werkplaats te kunnen spelen, hebben zij nieuwe woorden en begrippen nodig. Denk maar aan de namen van de onderdelen van de fiets, zoals bagagedrager, zijwieltjes en reflector; aan woorden als luchtbel, onder water houden en een ventiel losdraaien bij het banden plakken. Het boek van bijvoorbeeld ‘Kasper de fietsenmaker’ (Klinting, 2005) kan worden gelezen om nog beter te weten hoe je een band plakt. Maar ook om tussendoelen van beginnende geletterdheid te realiseren. De kinderen leren het verhaal na te spelen en te vertellen, maken hun eigen versie van het boekje met tekeningen en eigen tekens en teksten. Het ordenen en labelen van de onderdelen en gereedschappen, het tekenen van de volgorde in bepaalde handelingen en het betalen voor reparaties, trekken de aandacht ook naar rekenen-wiskunde.

Ouders worden gestimuleerd om thuis activiteiten met hun kind uit te voeren, om op deze manier de taalontwikkeling van het kind ook thuis te stimuleren. Dit gebeurt door het meegeven of e-mailen van een informatiebrief aan het begin van het thema. Hierop staat het nieuwe thema vermeld, de begrippen die aan de orde zullen komen en liedjes en versjes die betrekking hebben op het thema en op de groep gezongen worden. De kinderen mogen iets van thuis meenemen wat betrekking heeft op het thema. In de nieuwsbrief staan ook activiteiten in die ouders met kinderen thuis kunnen doen.
Ook organiseren we ouder-kindactiviteiten tijdens de inloopmomenten. Deze activiteiten zijn gericht op de taalstimulering en dagen ouders uit talige activiteiten uit te voeren met hun kind. Dit doen we volgens de werkwijze van Thuis in Taal.

Werkwijze BSO

Binnen de BSO is er iedere maand een activiteitenprogramma, bestaande uit een mix van creatieve-, sport-, technische-en culinaire workshops. Het activiteitenprogramma is themagericht, hierbij wordt veel samengewerkt met de dagopvang en Peuteropvang.

Er wordt bij de BSO ook gekeken naar wat er speelt in de wereld om op deze manier aan te sluiten bij de leefwereld en de interesses van de kinderen. De activiteiten zijn heel divers en gericht op wat de kinderen zelf willen (kinderparticipatie). Bij de invulling van de activiteitenplanning wordt rekening gehouden met de verschillende leeftijden van de kinderen.

Oudere kinderen worden gestimuleerd de jongere kinderen te helpen en te begeleiden bij de activiteiten. Bij de 7+/8+ kinderen wordt er naar de wensen van de kinderen gekeken. Willen ze bijvoorbeeld iets met techniek, fotografie, creatiefs of iets met socialmedia?

In kindervergaderingen stimuleren wij kinderen mee te denken over de invulling van de activiteitenplanning. Kinderen zijn niet verplicht om mee te doen aan activiteiten, maar we zullen ze er wel in stimuleren.

Door de diversiteit aan activiteiten zullen de kinderen dagelijks hun basisgroep verlaten (zie hiervoor de activiteitenplanning).

Computer en televisie vormen een belangrijk onderdeel van de belevingswereld van kinderen in de basisschoolleeftijd.

Computers en televisie maken dan ook deel uit van de aangeboden activiteiten binnen de BSO. Televisie, dvd en computer worden alleen gebruikt voor activiteiten. Hierbij wordt rekening gehouden met de leeftijd van de kinderen, duur van het gebruik, het soort programma’s en apps en het gedrag van kinderen.

Het kan leuk en educatief zijn om samen een actief spel te doen op de spelcomputer. Het internet kan ook gebruikt worden als middel bij een activiteit, kinderen krijgen dan bijvoorbeeld de opdracht om een recept op internet op te zoeken. Om er voor te zorgen dat de kinderen met mate, onder toezicht en verantwoord gebruik maken van de televisie, computers en toebehoren worden samen met de kinderen afspraken gemaakt.

De inhoud van het activiteitenprogramma is te vinden op de website van Puck&Co en hangt op een vaste plek binnen de groepsruimte van de BSO.

Kinderen die onze BSO bezoeken mogen met vriendjes of vriendinnetjes spelen, zelfstandig de BSO bezoeken of verlaten, en mee met een uitstapje wanneer ouders hier schriftelijke toestemming voor geven.

Tijdens de vakanties worden er extra activiteiten met de kinderen ondernomen en worden er ook regelmatig uitstapjes gemaakt. Deze vakantie-activiteitenplanning is terug te vinden op onze Locatie/Kindcentrum en wordt via de mail naar ouders gestuurd. Kinderen kunnen voor de gewenste dagdelen in de vakanties ingeschreven worden via de inschrijflijsten die bij de BSO aanwezig zijn.

1.4 Dagindeling

Binnen de verschillende groepen van Puck&Co wordt er gebruik gemaakt van een vaste dagindeling. Deze dagindeling biedt de kinderen structuur, ritme en regelmaat. Hierbij wordt gebruik gemaakt van concrete middelen, bijvoorbeeld dagritme kaarten waarop kinderen kunnen zien wat het dagritme is en zo weten ze wat ze die dag gaan doen. Of bijvoorbeeld rituelen als een vast liedje tijdens het opruimen, om overgangen zo soepel mogelijk te laten verlopen. Door de diversheid aan activiteiten, waarbij de aard van de activiteit gericht is op de vier pedagogische basisdoelen van Marianne Riksen Walraven, kiezen wij ervoor om regelmatig met de kinderen hun stam/basisgroep te verlaten. Door het verlaten van de stamgroep tijdens activiteiten/ uitstapjes kan het voor komen dat wij afwijken van de maximale groepsgrootte. Wel zorgen wij er ten alle tijden voor dat de BKR op de stamgroep blijft kloppen.

Daarnaast vinden wij het belangrijk om de sociale interactie tussen kinderen te stimuleren door, met de eventuele diverse stam/basisgroepen binnen het Kindcentrum, samen deze activiteiten te ondernemen.

De dagindeling van de verschillende groepen zijn hieronder te vinden.

Kinderdagverblijf:

  • Tussen 07.00 uur en 09.00 uur
    Kinderen worden gebracht, er wordt spelmateriaal aangeboden, de kinderen mogen zelfstandig spelen. De pedagogisch medewerker gaat samen met het kind bij de deur of het raam zwaaien als de ouder weggaat.

09.30 uur

  • Voor we aan tafel gaan zitten zingen we samen het opruimlied. Samen met de kinderen ruimen we het speelgoed op. We gaan aan tafel waar fruit wordt gegeten en er wordt gedronken. Wij bieden sap, thee of water aan. Als afsluiting een biscuitje.

10.15 uur

  • Na het verschonen en wc-bezoek mogen de kinderen vrij spelen of er wordt een gerichte activiteit aangeboden volgens het VVE thema van dat moment. Indien het weer het toelaat wordt er dagelijks buiten gespeeld.

11.30 uur

  • We gaan aan tafel voor de broodmaaltijd. Dit is een moment van rust en samen zijn. Op de eerste boterham wordt iets gezonds gedaan, daarna mogen de kinderen zoet of hartig kiezen. Ook krijgen ze hier een beker drinken bij. Wij bieden melk, thee of water aan.

12.30 – 13.00 uur

  • Verschonen en wc-bezoek. Kinderen kunnen worden opgehaald of gebracht.

13.00 uur

  • Kinderen die nog gaan slapen worden naar bed gebracht. Ieder kind heeft een eigen bed. Kinderen die niet meer slapen doen een activiteit zodat het voor alle kinderen een rustmoment is om even bij te tanken.

15.00 uur

  • Na het slapen gaan we met de kinderen aan tafel om fruit te eten en wat te drinken. Wij bieden sap, thee of water aan.

15.30 uur

  • Kinderen mogen vrij spelen, binnen of buiten, of er wordt een gerichte activiteit gedaan.

Tussen 17.00 uur– 18.00

  • Kinderen worden opgehaald door hun ouders/verzorgers.

Peuteropvang

08.30 – 08.45 uur

  • Kinderen worden gebracht. Ouders kunnen samen met hun kind een kleine activiteit doen. (bijvoorbeeld een boekje lezen, puzzel maken of kleien). Om 8:45 vertrekken de ouders zodat we de kring kunnen starten

08.45 – 9.00 uur

  • We gaan in de kring. In de kring nemen we de dagindeling door aan de hand van de dagritmekaarten, we zingen ons welkomstlied en we benoemen welke dag het is vandaag.

9.00 – 9.30 uur

  • Groepsdoorbroken spelen. Er mogen 2 kinderen van de peuteropvang gaan spelen bij groep 1-2 en er mogen 2 kinderen van groep 1-2 bij de peuteropvang spelen. Kinderen kunnen bijvoorbeeld in de bouw- of huishoek gaan spelen of een activiteit aan tafel doen.

9:30 – 10.00 uur

  • Drinken en fruit eten. De kinderen krijgen verschillende soorten fruit aangeboden in een bakje. We bieden qua drinken water/thee/sap aan.

10.00 – 10.15 uur

  • Verschoon/wcronde. De kinderen maken gebruik van de kindertoilet. Deze toiletten zijn voorzien van tussenschotten, zodat de kinderen privacy hebben. De andere kinderen krijgen een schone luier.

10.15 – 10.45 uur

  • Activiteiten/thema.  Kinderen krijgen een themagerichte activiteit aangeboden.

10.45 – 11.30 uur

  • Groepsdoorbroken (buiten)spelen. De kinderen van de peuteropvang gaan samen met groep 1-2 van de basisschool buitenspelen. De kinderen kunnen elkaar dan beter leren kennen.

11.30 – 12.00 uur

  • Drinken en brood eten. Kinderen krijgen hartig en zoet beleg aangeboden. Voor de eerste boterham kan het kind kiezen uit hartig beleg.  Bij de boterham krijgen de kinderen een beker melk/water/thee .

12.00 – 12.15 uur

  • Verschoon/wcronde.

12.15 – 12.30 uur

  • Afsluitende kring. We bespreken wat de kinderen gedaan hebben en lezen nog een boekje voor of zingen een liedje.

In het lokaal hangen dagritmekaarten, de kinderen kunnen erop zien wat het dagritme is. Zo weten de kinderen precies wat we gaan doen.

BSO

Korte dag: (einde schooltijd tot 18.00 uur)

14.00 uur

  • We halen de kinderen van groep 1-2 op bij hun lokaal. De oudere kinderen mogen zelfstandig naar het BSO lokaal komen.

14.00 – 14.15 uur

  • Kinderen krijgen een beker drinken met een koekje.

14:15 uur – 15.00 uur

  • De pedagogisch medewerker gaat de kinderen van andere scholen ophalen. Zij neemt een aantal al aanwezige kinderen mee. De overige kinderen worden opgevangen door een pedagogisch medewerker van de dagopvang.

15.00 uur – 15.30 uur

  • Drinken en fruit eten. Kinderen krijgen een beker sap/water/thee aangeboden. Er gaat een schaal met verschillende soorten groente en fruit rond.

15.30 uur – 16.30 uur

  • Activiteiten van DOENkids, zelfstandig spelen en/of uitstapjes worden gedaan.

16.30 uur – 16.45 uur

  • Kinderen krijgen nog een beker drinken aangeboden.

16.45 uur – 18.00/18.30 uur

  • Zelfstandig spelen tot de ouders de kinderen hen komen ophalen.

Lange dag:(12.00 uur tot 18.00 uur)

Vanaf 12.00 uur

  • Kinderen komen naar de BSO, per bakfiets door pedagogisch medewerker of lopen samen met de pedagogisch medewerker

13.00 uur

  • We gaan samen lunchen, kinderen smeren zelfstandig hun brood en worden begeleid waar nodig.

13.30 uur

  • Activiteit/uitstapje/zelfstandig spel (zie activiteitenplanning). Door de variatie in de verschillende activiteiten kunnen kinderen hun dagelijkse basisgroep verlaten.

15.00 uur

  • Gezamenlijk fruit eten en wat drinken

15.30 uur

  • Verder met de activiteit en/of zelfstandig spel

16.30 uur – 16.45 uur

  • De kinderen krijgen drinken aangeboden, suikervrije limonade of water.

16.45 uur – 18.00 uur

  • De kinderen mogen zelfstandig spelen totdat ze worden opgehaald door ouders/verzorgers.

Vakantie en/of studiedag

Bij voldoende aanmeldingen zijn wij geopend.

In de vakanties worden op rustige dagen locaties samengevoegd. Dit is vooraf bekend. De woensdag en de vrijdagen zijn in de vakanties vaak dusdanig laag bezet dat het kan zijn dat er per regio maar één locatie open is. Samenvoegen gebeurt met het oog op de kinderen, zodat zij toch voldoende leeftijdgenootjes hebben om mee te spelen, tevens vanwege de personele bezetting.

Tussen 07.00 uur en 09.00 uur

  • Kinderen worden gebracht. De kinderen mogen zelfstandig spelen.

09.00 uur

  • Fruit/cracker eten en drinken, suikervrije limonade  of water.

09.30 uur tot 11.30 uur

  • Themagerichte activiteit/uitstapje/zelfstandig spel, door de variatie in activiteiten verlaten de kinderen dagelijks hun basisgroep.

11.30 uur

  • Gezamenlijk lunchen (bij een uitstapje hebben we lunchpakketjes gemaakt die meegaan)

12.30 uur

  • Activiteit/uitstapje/zelfstandig spel

15.00 uur

  • Fruit eten en wat drinken, suikervrije limonade of water.

15.30 uur

  • Verder met activiteit/ vrij spel

16.30 uur – 16.45 uur

  • De kinderen krijgen drinken aangeboden, suikervrije limonade of water.

16.45 uur – 18.00 uur

  • De kinderen mogen zelfstandig spelen totdat ze worden opgehaald door ouders/verzorgers.

1.5 3-uurs regeling

Een houder die 10 uur aaneengesloten opvang biedt, mag 3 uur per dag afwijken van de beroepskracht-kindratio (BKR). Vanaf 1 juli 2023 hoeft de houder niet meer de exacte tijdstippen vast te leggen waarop van de BKR wordt afgeweken.  

Wel hoort de houder in het pedagogisch beleidsplan op te nemen de algemene kaders over de inzet van het personeel, de BKR en het afwijken hiervan volgens de drie-uursregeling. Deze kaders leest u hier:

  • Minimaal de helft van het aantal vereiste medewerkers wordt ingezet gedurende maximaal 3 uur op de dag, dan vereist volgens de beroepskracht kindratio.
  • In welke situaties wordt afgeweken van de BKR: deze regeling maakt het mogelijk om tijdens pauzes met minder bezetting te mogen staan en ook aan het begin of einde van de dag. Het is logisch dat we medewerkers niet van 7.00-18.30 uur volledig kunnen inzetten. Het is ook logisch dat een groep kinderen aan het begin en eind van de dag niet volledig bezet is, dus daar roosteren we ook op (bijv. er wordt gestart met 1 medewerker die ook vroeger klaar is met haar dienst). Het kan echter zo zijn dat tijdens de tijd dat de medewerker alleen is, er toch al meer kinderen worden gebracht of minder opgehaald, dit is niet altijd voorspelbaar. De 3-uursregeling voorziet in de wettelijke basis om gedurende van tevoren bekend gemaakte uren en kaders dan alleen te mogen staan. Mocht er zich een situatie voordoen dat een pedagogisch medewerker in het belang van een kind haar pauze uitstelt, zodat bijvoorbeeld nog een flesje kan worden gegeven of luier verschoond, dan kan het zijn dat wordt afgeweken van de beschreven pauzetijden, maar dit vanwege pedagogische behoeften die niet altijd voorzienbaar zijn. De afwijking betreft nooit meer dan de wettelijke 3 uur.
  • Pedagogische afwegingen en behoeften van het kind: bij alle situaties waarbij kinderen worden opgevangen door minder pedagogisch medewerkers, tijdens z.g.n. ‘daluren’ (begin/einde dag, pauzes) wordt altijd gelet op het welbevinden van de kinderen en de eisen vanuit de wet. De kinderen worden zoveel mogelijk opgevangen door vaste gezichten en primair wordt uitgegaan van de behoeften van de jongste kinderen: voor de jongsten wordt zoveel mogelijk herkenbaarheid nagestreefd (dus opvang zal plaatsvinden op de groep van de jongste aanwezige kinderen). De pedagogisch medewerkers houden vinger aan de pols: ze zien toe op de fysieke veiligheid van het kind, maar ook op zijn emotionele welbevinden. Zij gaan dus regelmatig na of de kinderen zich prettig voelen en aan het spelen zijn. Wanneer er weinig kinderen zijn kunnen deze momenten worden benut voor meer individuele aandacht voor de kinderen, meer tijd voor een persoonlijke overdracht aan de ouders, etc. Bijvoorbeeld aan het begin van de dag kan de dag rustig worden opgestart, bij afsluiten nog even een rustig muziekje worden opgezet, verhaaltje gelezen e.d.. Wanneer er meer kinderen zijn dan verwacht, vraagt dit meer groepsmanagement van de pedagogisch medewerker. Bijvoorbeeld bij de BSO een beroep doen op de verantwoordelijkheid van de oudere kinderen om te helpen opruimen, kinderen in groepjes laten spelen, bij de opstart zorgen voor een voorbereide omgeving met aanbod van materialen, etc. Uiteraard koppelt de pedagogisch medewerker het terug aan de locatiemanager als er structureel meer kinderen komen dan verwacht om het rooster te blijven afstemmen op een goed pedagogisch verantwoord aanbod.

BSO

Op de BSO mogen er voor en na schooltijd en op vrije middagen maximaal een half uur per dag minder pedagogisch medewerkers worden ingezet. Tevens geldt inzet van minimaal de helft van de benodigde pedagogisch medewerkers. Naast dit half uur per dag is op vrije dagen en in de vakantie dezelfde drie-uursregeling van toepassing als in de dagopvang. Op voorwaarde dat minimaal 10 uur aaneengesloten opvang geboden wordt.

 

Vanaf 1 juli 2023 is het niet langer noodzakelijk de precieze tijdstippen te duiden waarop in totaal max. 3 uur minder beroepskrachten worden ingezet. Wel geven we hieronder aan volgens de nieuwe wettelijke eisen: hoeveel beroepskrachten, afhankelijk van de BKR, per groep ingezet worden en wat daarbij de gangbare personeelsdiensten en de reguliere pauzetijden zijn.

In de ochtend, tussen de middag en aan het einde van de dag kan er worden afgeweken van de BKR met een maximum van 3 uur per dag. Wij werken dagelijks met minimaal 1 en maximaal 4 pedagogisch medewerkers per stamgroep, op alle soorten opvang. Altijd volgens de wettelijke BeroepskrachtKindRatio.

 

De gangbare personeelsdiensten zijn:

Groep dagopvang: 

    • Vroege dienst: 07.00 – 16.30 uur 
    • Tussen dienst: 08.00 – 17.30 uur  
    • Late dienst: 08.30 – 18.30 uur
      *De gangbare pauzetijden liggen tussen 12.30 – 14.45 uur.
       

Groep peuteropvang: 

    • Vroege dienst: 07.00 – 16.30 uur 
    • Tussen dienst: 08.00 – 17.30 uur  
    • Late dienst: 08.30 – 18.30 uur
      *De gangbare pauzetijden liggen tussen 12.30 – 14.45 uur. 

 

Groep BSO regulier:  

  • 12.00 – 18.00 uur  
  • 14.00 – 18.00 uur 

 

Groep BSO vakantie: 

    • Vroege dienst: 07.00 – 16.30 uur  
    • Tussen dienst: 08.00 – 17.30 uur  
    • Late dienst: 08.30 – 18.30 uur
      *De gangbare pauzetijden liggen tussen 12.30 – 14.45 uur. 

1.6 Continuïteit pedagogisch medewerkers

Continuïteit en stabiliteit

Er wordt op onze groepen gewerkt volgens het vaste gezichten criterium conform de wettelijke regels. Dit houdt in dat er altijd één van de vaste gezichten van het kind werkzaam is op de groep. Ziekte en verlof kunnen hierop een uitzondering geven, maar ook in die gevallen wordt actief gekeken naar de borging van stabiliteit en continuïteit binnen de personele bezetting op de groep. Dit zorgt voor overzicht en duidelijkheid bij kinderen.

De roosters staan vermeld in Konnect.

Tijdens het openen en sluiten van de groep is er altijd een vaste pedagogisch medewerker aanwezig

In geval van nood wordt een zo passend mogelijke oplossing gezocht. Alle pedagogisch medewerkers die werkzaam zijn binnen Puck&Co hebben een bewijs van goed gedrag (Verklaring omtrent Gedrag (VOG) moeten overleggen en staan geregistreerd in het Personenregister Kinderopvang. De VOG’s zijn te vinden in de personeelsdossiers. Zie hiervoor de nieuwe wet op persoonsgegevens. Dagelijks zijn er meerdere pedagogisch medewerkers werkzaam. Het uitgangspunt is dat een pedagogisch medewerker nooit alleen in het gebouw is, er zijn minimaal twee volwassenen aanwezig (zie achterwachtregeling in de Monitor en Beleid Veiligheid&Gezondheid).

Is de bezetting van ons Kindcentrum van dien aard dat er twee pedagogisch medewerkers op die dag werken dan blijft de tweede pedagogisch medewerker tijdens de pauze op of rond de locatie als achterwacht.

Wanneer een pedagogisch medewerker ziek is of vrij heeft, wordt de pedagogisch medewerker in principe vervangen door een vaste invalkracht die bekend is bij de kinderen, ouders en medewerkers. Invalkrachten worden vanwege de continuïteit zoveel mogelijk op dezelfde locatie ingezet. Daarnaast wordt er gestreefd naar één vaste pedagogisch medewerker op de eigen groep. Op de kinderopvanggroepen wordt er met baby’s (0-1 jaar) gewerkt met ‘vaste gezichten’. Dit houdt in dat een baby altijd door één van de twee vaste pedagogische medewerkers wordt opgevangen. Voor invalkrachten geldt ook dat zij gediplomeerd zijn en een VOG moeten hebben. Ook wordt ten allen tijde geborgd dat er een mentor van een kind werkzaam is op de groep. Wanneer de vaste mentor afwezig is, wordt ervoor gezorgd dat er een andere aanspreekpunt voor het kind aanwezig is. De kinderen weten wie hun mentor is. Mentoren bespreken dit regelmatig tijdens de rustmomenten op de groep. Dit geldt voor alle groepen binnen de kinderopvang en voor de BSO. Bij de BSO is er een verdeling in basisgroepen, waardoor het overzichtelijker wordt voor ouders, kinderen en eventuele inval. Elke basisgroep heeft een eigen kleur en is gekoppeld aan een vaste pedagogisch medewerker.

1.7 Mentorschap

De mentor van een kind is verantwoordelijk voor alle taken en verantwoordelijkheden met betrekking tot dit kind. Ouders horen bij het plaatsingsgesprek en bij tussentijdse wijzigingen bijvoorbeeld bij doorstroom naar een andere groep wie de mentor van hun kind is en zij ontvangen dit ook nog schriftelijk. De mentor voert periodieke observaties en eventuele toetsing uit (zoals beschreven bij onderdeel observaties) om op deze manier de ontwikkeling van de betreffende kinderen te kunnen volgen en stimuleren en de mentor vult het eventuele kindvolgsysteem in. De mentor voert eenmaal per jaar gesprekken met betreffende ouders over het welbevinden en de ontwikkeling van hun kind. De mentor betrekt ouders bij het welbevinden en het stimuleren van de ontwikkeling van hun kind.

Wanneer wij ‘opvallend’ gedrag opmerken bij één van de kinderen ondernemen wij de volgende stappen:

Allereerst wordt het in het team besproken: “klopt het wat ik zie?” Dan worden de ouders op de hoogte gebracht in een persoonlijk gesprek. Wij zijn in de mogelijkheid (in overleg met de ouders) de hulp van een pedagogisch beleidsmedewerker of logopediste te vragen. Afhankelijk van de vraag geeft zij dan advies en komt observeren of heeft een gesprek met de ouders/pedagogisch medewerkers om deze te ondersteunen en/of door te verwijzen naar een passende instantie voor verdere ondersteuning.

De pedagogisch medewerkers kijken gedurende de dag dag naar het gedrag van het kind en naar zijn/haar reactie op andere kinderen, pedagogisch medewerkers en omgeving. De bevindingen worden bijgehouden en gedeeld met ouders in ons volgsysteem Konnect.

BSO

Er hangt een overzicht naast de deur waarop vermeld staat wie de mentor is van de kinderen.

1.8 Wenperiode

Wanneer een nieuw kind aangemeld wordt binnen Puck&Co is er de mogelijkheid om twee dagdelen te komen wennen, zo nodig met verlenging. Ongeveer twee weken voordat de plaatsing van start gaat, wordt contact opgenomen met de ouders om een plaatsingsgesprek te plannen. Tijdens dit gesprek worden met de ouders wenafspraken vast gezet. Aan het wennen zijn geen kosten verbonden. Mocht een kind doorstromen naar een ander, nieuwe, stam/ basisgroep dan gaat het kind  vanuit de stamgroep naar de nieuwe groep om te wennen, en keert binnen de opvang tijden weer terug op de stamgroep. Dit zal vooraf met de ouders overlegd worden. Kinderen kunnen alleen op de groep komen wennen indien dit binnen de beroepskracht- kind-ratio past en zal niet boventallig plaatsvinden.

Ook voor ouders is het brengen van een kind naar de kinderopvang soms nieuw. Wanneer ouders behoefte hebben om te bellen naar de locatie, is dat onbeperkt mogelijk. De pedagogisch medewerker bericht de ouder(s) tijdens de eerste weken van opvang over de gang van zaken en nemen hiervoor extra tijd om de gewenning zo goed mogelijk plaats te laten vinden. Ook wordt het digitale communicatieschrift in Konnect ingezet in het contact tussen pedagogisch medewerkers en ouders.

Tijdens het wennen kijken we hoe het kind reageert op de scheiding met de ouder en hoe het kind zich binnen de groep voelt. Afhankelijk hiervan overleggen we met de ouders of het kind meer ruimte en of tijd nodig heeft om te wennen bij onze locatie.

Wanneer het kind daadwerkelijk geplaatst wordt in de groep, wordt er in de eerste periode gericht gekeken of er nog specifieke behoeftes bij het kind (qua veiligheid en ontwikkeling) nodig zijn. Dit wordt door de mentor zo nodig met de andere pedagogisch medewerkers en ouders besproken.

Hoe ziet het wennen er concreet uit binnen IKC De Droomgaard:

  • Dagopvang – Verticale groep

Ouders mogen deze wendagen uiteraard langer blijven dan doorgaans andere ouders doen. Zij kunnen de laatste informatie overleggen met de pedagogisch medewerker en een kleine activiteit doen met hun kind(eren), bijvoorbeeld een puzzel maken of een boek lezen.

Er wordt een tijd afgesproken wanneer de ouder(s) weer op de locatie terug zijn.

Samen wordt er afscheid genomen en het kind wordt door de pedagogisch medewerker ondersteund en begeleid in de dagelijkse routine.

  • Peuteropvang

Ouders mogen deze wenochtenden uiteraard langer blijven dan doorgaans andere ouders doen. Zij kunnen de laatste informatie overleggen met de pedagogisch medewerkers en nog even een kleine activiteit doen met hun kind(eren), bijvoorbeeld een spelletje doen of een boek lezen.

Er wordt een tijd afgesproken wanneer de ouder(s) weer op de locatie terug zijn.

Samen wordt er afscheid genomen en het kind wordt door de pedagogisch medewerker ondersteund en begeleid in de dagelijkse routine.

  • BSO

Er wordt met ouders afgesproken hoe zij het wennen willen laten verlopen. Komen de kinderen meteen vanuit school? Of worden ze door ouders gebracht? Er zijn verschillende manieren van wennen mogelijk, afhankelijk van het kind.

Merken wij dat het kind het lastig vindt bij de BSO zullen wij in overleg met ouders kijken naar verdere mogelijkheden, bijvoorbeeld eerder ophalen zodat de dagen korter worden.

 Overplaatsing naar andere groep

Wanneer een kind binnen het IKC wordt overgeplaatst, bijvoorbeeld van de verticale groep naar de peuteropvang, dan volgt er een overdrachtsgesprek met de ouders. Tevens worden er een aantal wenafspraken voor het kind gemaakt met de pedagogisch medewerkers van de nieuwe groep. Het kind mag dan bij de nieuwe groep spelen om te wennen. De overplaatsing verloopt daardoor voor kinderen makkelijker.

Mocht een kind bij een wijziging van de basisgroep ook de behoefte hebben om eerst te wennen dan geldt bovengenoemde vanzelfsprekend ook. Ook dan zijn er verschillende manieren van wennen mogelijk, ook dit is afhankelijk van het kind.

1.9 Extra dagdelen

Wij bieden de mogelijkheid tot het afnemen van een extra dag/dagdeel. Dit kunt u aanvragen bij de pedagogisch medewerker van IKC De Droomgaard

Het afnemen van een extra dag/deel is alleen mogelijk indien er aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • er is plaats op de stam/basisgroep van het kind;
  • het ‘vaste gezicht’ van de 0-jarige aanwezig is (dit geldt dus alleen bij de dagopvang);
  • de personele bezetting laat dit toe (er is geen extra inzet van pedagogisch medewerkers nodig);
  • het verzoek tot een extra dag/dagdeel kan via Konnect worden ingediend.

In verband met de wisselende kindbezetting, daarmee samenhangende personele bezetting en tevens personeelstekorten kan op zijn vroegst een week voor het gewenste extra dagdeel worden aangegeven of dit verzoek gehonoreerd kan worden;

  • Extra dag/dagdelen worden altijd in rekening gebracht en zijn zichtbaar op de factuur;
  • In verband met de huidige maximale bezetting op sommige dagen/dagdelen kunnen wij uw extra dagdelen niet altijd aanbieden;
  • Wanneer er geen plaats is op de eigen stam/basisgroep van het kind, (en het kind is ouder dan 1 jaar), kunnen ouders kiezen voor plaatsing op een andere stam/basisgroep. Dit kan echter alleen in overleg met de pedagogisch medewerker en na een goedgekeurde aanvraag in Konnect.

Voor de overdracht gelden dezelfde regels en afspraken zoals staat beschreven bij ‘wenperiode’.

 

1.10 Verzorgen van de kinderen

Veiligheid

Binnen Puck&Co voldoen al onze locaties aan de veiligheidseisen. Hierbij is er rekening gehouden met alle leeftijden van de kinderen in de betreffende groep.

Gebouwen zijn voorzien van rookmelders en een brandmeldinstallatie, nooduitgangen, brandhaspels, blusdekens en brandblussers. Eén keer per jaar vindt er een ontruimingsoefening op IKC De Droomgaard plaats. Op elke groep is een ontruimingsplan aanwezig, zodat de pedagogisch medewerkers weten hoe ze moeten handelen in het geval zich een calamiteit voordoet.

Eénmaal per zes weken wordt de Monitor en Beleid Veiligheid&Gezondheid besproken in het teamoverleg, de oudercommissie wordt hiervan op de hoogte gesteld door de Locatieverantwoordelijke. De monitor en beleid is voor ouders inzichtelijk op betreffende locatie bij de ‘rode mapjes’. 

Andere voorbeelden van maatregelen binnen IKC De Droomgaard ter bevordering van de veiligheid van de kinderen zijn:

  • Schoonmaakmiddelen staan buiten het bereik van kinderen
  • Jaarlijkse controle van risico objecten zoals de glijbaan en het speelhuisje.
  • Gegevens van kinderen zoals adres, telefoonnummer en foto’s geven wij niet aan derden zonder toestemming van de ouders.

Binnen IKC De Droomgaard doen wij er alles aan om eventuele ongelukken te voorkomen. Aanpak van de grootste risico’s met de grootste gevolgen worden actueel gehouden.

(Zie Monitor en Beleid Veiligheid&Gezondheid)

Wanneer zich een calamiteit voordoet dan hebben vaste pedagogisch medewerkers op de locatie een Bedrijfshulpverlening-opleiding (BHV) en kinder-EHBO gevolgd en weten zij hoe te handelen. 

Ondanks alle voorzorgsmaatregelen om ongelukken en gezondheidsrisico’s te voorkomen is het niet geheel uit te sluiten dat er toch een ongeluk(-je)/ besmetting kan voorkomen. Wij kiezen er bewust voor om niet alles optimaal te beveiligen. Kinderen moeten ook leren dat niet alles zomaar kan en mag. Op deze manier leren zij op hun eigen wijze enige vorm van verantwoordelijkheid te nemen. Een kind kan vallen, botsen, in aanraking komen met bacteriën etc. In onze monitor en beleid Veiligheid&Gezondheid nemen wij deze grootste risico’s mee die in een kinderopvang, waar veel kinderen en medewerkers verblijven, kunnen voorkomen.

Met de kinderen wordt besproken en geoefend hoe om te gaan met calamiteiten en waar diverse middelen voor dienen.

Kinderen krijgen aangeleerd hoe zij het evacuatiekoord moeten vasthouden, waarvoor een brandblusser gebruikt wordt en waar zij heen moeten bij een ontruiming.

Het Vier ogenprincipe

Zie Monitor en Beleid Veiligheid&Gezondheid.

Hygiëne en gezondheid

Naast veiligheid is er aandacht voor een goede verzorging, hygiëne, gezonde voeding, voldoende rust, lichamelijke beweging, plezier en het gevoel van veiligheid. Dit draagt bij aan de lichamelijke en geestelijke gezondheid van het kind. Binnen Puck&Co wordt ernaar gestreefd om kinderen gezond te laten eten en drinken. Wij sluiten hierbij aan bij de Schijf van Vijf van het Voedingscentrum.

Afspraken die we daarbij maken zijn bijvoorbeeld:

  • Voedsel wordt op de juiste plek bewaard. Hierbij letten wij op de houdbaarheidsdatum, versheid van de producten, de temperatuur waarop het voedsel bewaard moet worden. Wij coderen alle producten die open gemaakt worden, deze worden voorzien van een datum.
  • Bij het fruit eten mogen de kinderen kiezen uit verschillende soorten fruit op een bord. Wij letten er op dat de kinderen het fruit opeten wat zij aangeraakt hebben. Bij de keuze voor fruit houden wij rekening met het seizoen.
  • Als flesvoeding bieden wij Hero baby Standaard 1 en 2 aan. Ouders hebben ook de mogelijkheid om eigen flesvoeding mee te brengen.

Bij de broodmaaltijd letten wij op de volgende punten;

  • De eerste boterham wordt belegd met wat hartigs, daarna hebben de kinderen keuze uit minimaal 3 soorten zoet of hartig beleg.
  • Het leegdrinken van de beker met melk/ sap/ thee of water.
  • Als extraatje mogen de kinderen een rijstwafel/ beschuit kiezen.

Als tussendoortje krijgen de kinderen bijvoorbeeld een soepstengel, rijstwafel of een koekje en uiteraard houden wij rekening met allergieën en geloofsovertuiging van kinderen/ouders. In principe zijn alle voedingsmiddelen binnen Puck&Co aanwezig. Als er speciale wensen zijn ten aanzien van voeding dat niet op de locatie aanwezig is, vragen wij aan ouders om dit zelf mee te nemen (bijvoorbeeld bij een dieet). Als een kind jarig is mag het trakteren. Gezonde traktaties hebben de voorkeur zoals; fruit, rozijntjes, of een stukje kaas. Teveel zoetigheid en vet eten proberen wij te vermijden. Wij vragen de ouders om hier rekening mee te houden. Indien toch snoep wordt getrakteerd wordt het mee naar huis gegeven, zodat ouders zelf kunnen beslissen of en wanneer zij dit aan hun kind willen geven. Vragen over traktaties kunnen altijd gesteld worden aan de pedagogisch medewerkers.

Aan tafel vinden wij het belangrijk dat er een gezellige en rustige sfeer heerst. We proberen kinderen te leren rustig op hun stoel te blijven zitten, gezellig wat te kletsen en op hun beurt te wachten.  We proberen de kinderen zo snel mogelijk zelfstandig te laten eten. Daar waar mogelijk helpt een ‘grote’ peuter een klein dreumes door bijvoorbeeld telkens een hap aan te reiken.

Verschonen en toiletbezoek

Uiteraard hoort het verschonen van de jongste kinderen en naar het toilet brengen van de iets oudere kinderen bij onze basistaken. Bij het verschonen en bij het toiletbezoek houden we rekening met de behoefte aan privacy van kinderen. Als wij merken dat een kind bijvoorbeeld de deur dicht wil doen bij toiletbezoek, is dat geen enkel probleem.

In overleg met ouders werken wij mee aan het oefenen van de zindelijkheid. Wij zien dit als een gezamenlijke verantwoording:

  • Wij stimuleren de kinderen om naar het toilet te gaan of op het potje te gaan zitten als wij merken dat ze daar aan toe zijn.
  • Kinderen moeten bij ons niet naar het toilet, maar door het zien van anderen en door er een ritueel van te maken loopt dit meestal vanzelf.
  • Wij prijzen en belonen de kinderen als ze iets op het toilet doen d.m.v. het plasdiploma, mag er een sticker geplakt worden.
  • Vooral aan het begin van de zindelijkheidstraining oefenen wij door de kinderen meerdere keren naar het toilet/ potje te laten gaan, ook zonder aandrang, om het kind vertrouwd te laten worden met het toilet/potje.

Wanneer een kind een ‘ongelukje’ heeft, vertellen de pedagogisch medewerkers aan het kind dat dit kan gebeuren en dat het niet erg is. Vervolgens verschonen we het kind.

Inhoudsopgave:

Zorg

Voor iedereen een passende plek

Puck& Co wil er voor alle kinderen zijn, dus ook voor kinderen die andere of specifieke aandacht van deskundigen nodig hebben. Wij proberen in samenwerking met de ouders de opvang passend te maken en te voldoen aan de behoeften van het kind. Hierbij werken wij ook nauw samen met scholen en zorgpartners.

2.1 Observeren en signaleren

Om kinderen te kunnen bieden waar ze behoefte aan hebben in hun ontwikkeling, kijken wij goed naar de kinderen en hun ontwikkeling. De pedagogisch medewerker observeert het gedrag en de ontwikkeling van kinderen en hun reactie op andere kinderen, pedagogisch medewerkers en omgeving. Van deze observaties maken wij een rapportage in ons kindvolgsysteem.

Door de observaties hebben we een goed beeld waar de kinderen staan in hun ontwikkeling op in ieder geval taal-, reken/wiskundig,- sociaal emotioneel en motorisch gebied. Op basis van dit beeld kunnen de pedagogisch medewerkers hun aanbod en doelen bepalen en binnen de activiteiten gericht differentiëren.

Met behulp van de informatie uit de observaties zorgen wij dus voor een passend aanbod voor alle kinderen. Ouders krijgen een kopie van onze rapportage. Vervolgens worden ouders uitgenodigd voor een gesprek waarbij de rapportage wordt doorgenomen en besproken met de mentor van het kind. 

Bij vragen omtrent een zorgelijke (gedrags)ontwikkeling waarbij wij nadere observatie nodig achten, vragen wij of de pedagogisch beleidsmedewerker/coach met ons mee wil kijken.

Een volgende stap kan zijn i.o.m. ouders om aan een logopediste en/of een andere specialist te vragen het betreffende kind te komen observeren. Soms kan hier een verwijzing naar een andere instantie of een zorgteam uit voortvloeien. 

Dit gaat altijd in overleg en met toestemming van de ouders. 

Voor IKC De Droomgaard geldt dat wij een nauwe samenwerking hebben met het Consultatiebureau en wij deze organisatie kunnen inschakelen. Contactpersonen van het Consultatiebureau is: Marielle Berendsen voor Dagopvang en Bianca Heijnen voor Peuteropvang.

Vanuit Santé Partners, gemeente Duiven, in samenwerking met het Consultatiebureau, komt zij één keer per maand langs op IKC De Droomgaard. Het doel van deze bezoeken is om laagdrempelig aanwezig te zijn op alle peuterspeelzalen en kinderdagverblijven voor alle ouders en opvoeders van het jonge kind (0-4 jaar). Met name om een vraagbaak te zijn voor ouders, maar ook voor pedagogisch medewerkers.

Ouders en pedagogisch medewerkers kunnen bij haar terecht met vragen over de ontwikkeling van kinderen, bijvoorbeeld over de motoriek of spraak/taal ontwikkeling. Daarnaast kunnen de pedagogisch medewerkers contact opnemen als er zorgen zijn over (gedrags)ontwikkeling van kinderen op de dag- of peuteropvang.

2.2 Kinderen met een beperking, ziekte of ernstige allergie

Binnen Puck&Co willen wij kinderen met een beperking, een ziekte of een allergie een plek bieden. De toelating van deze kinderen gebeurt in nauw overleg met de ouders en eventuele hulpverlenende instanties. Tijdens het plaatsingsgesprek horen wij bijvoorbeeld graag hoe ouders bepaalde zaken aanpakken en hoe wij moeten handelen in een noodsituatie.

Wanneer tot plaatsing wordt overgegaan, wordt er regelmatig overlegd met ouders en eventuele andere instellingen om voor een zo passend mogelijke plek te blijven zorgen. De verantwoordelijkheid voor de risico’s die wij nemen als organisatie zullen wij bespreken met ouders. Daarnaast zullen wij onze afspraken vastleggen in een instemmingsdocument met ouders.

Puck&Co laat kinderen die medische handelingen nodig hebben toe op het kindercentrum, maar er moet vooraf wel aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Bij de aanmelding van het kind moet door de ouders worden aangegeven welke bijzonderheden er zijn. Uiteindelijk zal de locatie

manager de beslissing nemen of een kind geplaatst kan worden. Dit wordt gebaseerd op de interne mogelijkheden die er zijn.

Bij het vooraf verzwijgen van medisch handelen, kan de operationeel manager besluiten om de opvang per direct (tijdelijk) te stoppen. Dit omdat er een risico tot verkeerd handelen kan ontstaan en ter bescherming van het kind en de pedagogisch medewerker.

Overwegingen die gemaakt worden om tot plaatsing te komen zijn:

  • Is de plaatsing van het kind mogelijk binnen de normale bezetting?
  • Is plaatsing mogelijk binnen de vaardigheden van de pedagogisch medewerkers
    (met de kanttekening dat de pedagogisch medewerkers niet de beslissing nemen in
    het wel of niet toelaten van het betreffende kind)?
  • Zijn er gediplomeerde/ capabele personen (eventueel ouders zelf, wijkverpleegkundigen, geïnstrueerde pedagogisch medewerkers) beschikbaar die een medische handeling kunnen verrichten?

Wanneer een kind als gevolg van zijn ziekte een medicijn toegediend moet krijgen, moeten ouders dit doorgeven aan de pedagogisch medewerkers. Ook dienen ouders een medicijnformulier in te vullen en te ondertekenen, waarmee zij toestemming geven dat pedagogisch medewerkers het medicijn toedienen. Is de toediening van medicijnen zeer specifiek, dan dient een ouder dat eerst voor te doen zodat de pedagogisch medewerker de werkwijze kan zien. Eventueel bestaat de mogelijkheid om instructie, door een deskundige, te geven aan de pedagogisch medewerker (zie protocol zieke kinderen).

Bij sommige kinderen zijn er medische handelingen nodig door hun ziekte, denk hierbij aan het geven van injecties of sondevoeding. Op de volgende link staan de voorbehouden handelingen die onder de wet BIG (wet op Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg) vallen: https://www.btsg.nl/infobulletin/voorbehouden.html

De handelingen mogen alleen maar worden gedaan door gediplomeerde/capabele personen. Te denken aan medewerkers van de thuiszorg. Ouders geven hiervoor toestemming door het ondertekenen van het formulier ‘medisch handelen’ (zie protocol zieke kinderen).  Op die manier blijven ouders zelf verantwoordelijk.

2.3 Pedagogisch beleidsmedewerkers/coaches

Naast opleidingen ontvangen onze medewerkers pedagogische coaching om hun pedagogische competenties in de dagelijkse praktijk te ontwikkelen. Ook kunnen zij ondersteuning vragen aan de pedagogische coaches bij begeleidingsvragen over een kind, wanneer ouders hiervoor toestemming geven.  

Pedagogische coaching gebeurt op maat en vraaggericht. Praktijksituaties worden nabesproken en samen met de pedagogisch medewerkers wordt onderzocht wat nodig is om verbeteringen aan te brengen in de pedagogische praktijk. Indien nodig worden zij verder begeleid bij het in praktijk brengen van de tips en tools. Daarnaast bieden we ook aanbodgerichte coaching, o.a. via online kennisoverdracht en vastgestelde uren voor persoonlijke en teambegeleiding en een jaarlijkse studiedag.

Naast pedagogische coaching bieden wij individuele coaching ter versterking van de persoonlijke competenties en duurzame inzetbaarheid. Kindercentra Puck&Co is met dit aanbod uniek in de regio. 

Wat doen de coaches?

  • coachen van medewerkers en teams, om het optimale uit zichzelf te halen en hen te ondersteunen bij pedagogische vragen; 
  • proactief volgen van landelijke beleidsontwikkelingen en methodieken en vertalen naar wat dat betekent voor Puck&Co: wat moeten we aanpassen en vernieuwen in ons beleid en handelen; 
  • continue op orde brengen en aanpassen van werkinstructies; 
  • vraagbaak zijn voor medewerkers en ouders; 
  • optimaliseren van het stage- en opleidingsbeleid. 

Verdeling van de uren 

Wij investeren in de pedagogische praktijkkennis van onze medewerkers. Wij hebben naast de persoonlijke- en teambegeleiding van locatiemanagers, pedagogisch beleidsmedewerkers en pedagogisch coaches in dienst. We voorzien in een ruime inzet van deze coachende medewerkers omdat we het van belang vinden eenduidigheid en gedegen ondersteuning te bieden, dit om te werken aan een hoge kwaliteit.  

  • De inzet van berekende uren (wet IKK) zijn geborgd doordat deze uren evenredig worden ingezet over alle locaties, voor de inzet van een centrale beleidsmedewerker en de wekelijkse uren van locatiemanagers/coördinatoren.   

Pedagogische beleidsontwikkeling, implementatie en coaching verzorgen zij d.m.v. teamoverleggen, persoonlijke gesprekken en andere manieren van kennisoverdracht. 

  • De PM op locatie heeft d.m.v. deze inzet iedere week recht op gemiddeld een kwartier coaching per week. In praktijk kunnen de uren “geclusterd” benut worden 
  • Daarbij worden nog extra uren zowel aanbod- als vraaggericht ingezet, voldaan door de 4 pedagogisch coaches, de extra uren meewerkende coaching door deze coaches en de coachcoördinator. 
  • Jaarlijks wordt een studiedag aangeboden voor alle medewerkers van Puck&Co waarin tevens kennisoverdracht en coaching wordt meegenomen.  

Puck@cademy
Ter ondersteuning van alle deskundigheidsbevorderingsactiviteiten en communicatie binnen Kindercentra Puck&Co maken medewerkers gebruik van het online platform de Puck@cademy. De Puck@cademy heeft tot doel om de persoonlijke ontwikkeling van de medewerkers centraal te stellen, bijv. door de “ontwikkelcyclus” te doorlopen voor reflectie op persoonlijke ontwikkeling. Verder heeft het tot doel dat medewerkers snel en makkelijk praktische en inhoudelijke kennis en werkprocedures kunnen vinden en ophalen (bijvoorbeeld filmpjes over pedagogische onderwerpen).

Pedagogisch beleidsmedewerkers/coaches Voorschoolse Educatie (VE) 

Voor de taakopdracht van iedere coach/beleidsmedewerker VE staat het begrip ‘educatieve kwaliteit’ centraal: “het bieden van een rijke omgeving waarin kinderen spelenderwijs kunnen leren en ontdekken en waar PM’ers met uitdagende activiteiten en op doelgerichte wijze aan de verschillende ontwikkelingsdomeinen werken” (Bron citaat: Sardes, website).  

De taken en uren van de pedagogisch beleidsmedewerker/coach VE komen bovenop de al bestaande vormen van coaching en beleidswerk vanuit de wet IKK. 

Kwalitatief hoogwaardig VE-aanbod 

We zorgen voor een kwalitatief hoogwaardig VE-aanbod door te werken aan: 

  • versterking van de vaardigheden van de beroepskrachten VE 
  • uitrol ouderbetrokkenheid  
  • versterking samenhang onderwijs en peuteropvang (doorgaande lijn) 
  • integratie van kwetsbare groepen  
  • stimuleren van de taalontwikkeling.  

 

 

 

 

Inhoudsopgave:

Onderwijs

Een goed voorbereide omgeving

De pedagogisch medewerkers van Puck&Co volgen voortdurend trainingen om hun deskundigheid en professionaliteit in stand te houden of te verbeteren. Na een scholing die gezamenlijk gevolgd is, is het belangrijk dat de opgedane kennis en vaardigheden vastgehouden worden. Binnen Puck&Co kennen wij een professioneel klimaat, waarbij pedagogisch medewerkers met elkaar samenwerken en elkaar feedback durven en kunnen geven. Dit gebeurt tijdens vaste overlegmomenten, maar ook daarbuiten.

De inhoud van de trainingen is beschreven in het Pedagogisch beleidsplan en in het Opleidingsplan.

3.1 Samenwerking tussen de groepen

Pedagogisch medewerkers van eenzelfde vestiging zien en spreken elkaar regelmatig, over praktische zaken, maar ook voor inhoudelijk overleg.

Tussen de verschillende groepen binnen eenzelfde vestiging is er bijvoorbeeld regelmatig contact om ideeën en informatie uit te wisselen. Wanneer een kind overgaat naar een volgende groep, de BSO of naar school vindt er een overdracht van gegevens plaats. Binnen Puck&Co wordt de ontwikkeling van de kinderen regelmatig geobserveerd en gevolgd door de mentor van het betreffende kind.

Deze informatie gebruikt de pedagogisch medewerker in het handelen met de kinderen en de gegevens worden vastgelegd in het observatiesysteem.

Wanneer een kind naar een andere groep gaat, wordt de informatie overgedragen. Dit gebeurt uiteraard altijd in overleg met de ouder.

Als een kind onze locatie verlaat, omdat deze naar school gaat, kunnen wij altijd de obervatieformulieren doorsturen naar ouders en/of school. Uiteraard altijd met toestemming van ouders. Binnen de locatie is er één keer per 6 weken een klein team overleg. Tijdens dit overleg worden alle locatie specifieke punten met elkaar besproken.

3.2 Samenwerking derden

Wij werken veel samen met andere professionals die zich bezig houden met het opgroeien en opvoeden van jonge kinderen. Dit kan gaan om partners waar we op een specifiek inhoudelijk vlak mee samenwerken, scholen waar de kinderen naar uitstromen, BSO’s waar de kinderen naar toe gaan, BSO’s en scholen die samenwerken, om stagiaires die bij ons de kans krijgen om het vak te leren en vrijwilligers. Deze verschillende soorten partners lopen we langs.

a. partners waar we op een specifiek inhoudelijk vlak mee samenwerken

Partners waar in elke gemeente mee wordt samengewerkt, zijn het sociaal team en het consultatiebureau.

  • Consultatiebureau, gemeente Duiven
  • Puck&Co, locatie Huis van Droo
  • Sociaal wijkteam
  • IKC De Droomgaard (leerkrachten)
  • Bibliotheek regio De Liemers

b. scholen waar de kinderen naar uitstromen

Ieder kindcentrum werkt op verschillende manieren met scholen samen. Het kan hierbij gaan om praktische zaken, zoals activiteiten die gezamenlijk worden uitgevoerd of om overleg over ruimtes die samen gedeeld worden. Het kan ook gaan om meer inhoudelijke zaken, zoals de uitwisseling van kennis, zorgen voor een vloeiende doorgaande lijn en het overdragen van gegevens en informatie over kinderen die doorstromen. We lichten de vloeiende doorgaande lijn en de overdracht van gegevens verder toe.

Doorgaande lijn

Er wordt op de volgende manier gezorgd voor een doorgaande lijn tussen kinderopvang en de school/ scholen. De doorgaande lijn ziet er inhoudelijk als volgt uit:

Kinderen die doorstromen binnen ons IKC:

· Er vindt een warme overdracht plaats. Ouders en mentor pm’er vullen de intake vragenlijst in. Dit wordt besproken tijdens een driehoeksgesprek, waarbij de leerkracht later ook aansluit. Deze ontvangt ter overdracht beide vragenlijsten en vult dit eventueel aan met toelichtingen uit het gesprek.

Kinderen die doorstromen naar een andere school:

· De observaties worden besproken met ouders. Als zij hier toestemming voor geven, dragen wij de gegevens over naar de desbetreffende basisschool of opvangvorm. Ook kunnen ouders deze observaties zelf downloaden en eventueel zelf aan de desbetreffende school of opvang doorsturen.

Overdragen van gegevens van kinderen die doorstromen

Wanneer kinderen van de peutergroep naar de basisschool gaan, wordt er door de mentor van het kind op basis van de observaties een overdrachts-formulier ingevuld. Op alle locaties van Puck&Co wordt gebruik gemaakt van een overdrachtsformulier. Per gemeente zijn er afspraken gemaakt over de inhoud en vormgeving van het overdrachtsformulier, waar Puck&Co zich aan houdt.

Op het overdrachtsformulier wordt weergegeven wat de stand van zaken is met betrekking tot de ontwikkeling van het kind op het gebied van taal-, reken-, sociaal emotionele-, en motorische ontwikkeling. Ook komen (eventuele aandachts-punten met betrekking tot) de vier pedagogische doelen terug in de overdrachtsformulieren.

Het overdrachtsformulier wordt met ouders besproken tijdens het afsluitende gesprek, zij zetten bij goedkeuring hun handtekening onder het overdrachtsformulier en krijgen hier een kopie van. Ons IKC De Droomgaard houdt een kopie van het overdrachtsformulier en het originele overdrachtsformulier gaat naar desbetreffende school. Voor niet geïndiceerde kinderen hebben ouders hier een keuze in.

De mentor van het kind zorgt dat het formulier bij de juiste personen terecht komt. Dit wordt de koude overdracht genoemd. Wanneer een pedagogisch medewerker behoefte heeft aan een mondelinge toelichting bij de overdracht wordt er, na goedkeuring van ouders, een zogenoemde warme overdracht geregeld. Bij dit gesprek zijn leraar, eventueel consultatiebureau en pedagogisch medewerker aanwezig. Bij kinderen met een VVE indicatie wordt er altijd een warme overdracht gepland, dit gebeurt met de leerkracht van het kind en/of de Intern Begeleider van school.

c. BSO’s waar de kinderen naar uitstromen

Voor het overdragen van gegevens van het kind dat uitstroomt van de kinderopvang naar een BSO, wordt hetzelfde overdrachtsformulier gebruikt als bij de overdracht van de kinderopvang naar school.

Na goedkeuring door de ouders wordt het overdrachtsformulier op de volgende wijze overgedragen aan de BSO:

  • het overdrachtsformulier wordt overhandigd aan de nieuwe mentor van het kind. Indien nodig kan de nieuwe mentor een gesprekje aanvragen om de gekregen informatie te verduidelijken.

d. BSO’s en scholen die samenwerken

De samenwerking tussen de BSO en scholen is te vergelijken met de samenwerking tussen de kinderopvang met scholen. Deze samenwerking is intensief vanwege het feit dat beiden met dezelfde leeftijd van de kinderen werken. Bij deze samenwerking gaat het om afstemmen van praktische zaken, zoals activiteiten die gezamenlijk worden uitgevoerd of om overleg over ruimtes die samen gedeeld worden. En om meer inhoudelijke zaken, zoals zorgen voor een vloeiende doorgaande lijn en het uitwisselen en overdragen van gegevens en informatie over kinderen. We lichten de doorgaande lijn en het uitwisselen en overdragen van gegevens verder toe.

Doorgaande lijn BSO kinderen

Er wordt op de volgende manier gezorgd voor een doorgaande lijn tussen school en de BSO.

De vloeiende doorgaande lijn ziet er inhoudelijk als volgt uit:

  • Bij de kinderen van de BSO hebben wij, na overleg met ouders, contact met school over desbetreffende kind;
  • De pedagogisch medewerker op de BSO, is waar mogelijk ook werkzaam op school als onderwijsassistent en vormt daarmee een verbindende schakel;
  • Bij kinderen die meer begeleiding nodig hebben kunnen wij, door korte overlegmomenten in te plannen met school, de begeleidingsstijlen doorvoeren waardoor wij met school op 1 lijn komen te zitten. Hierdoor krijgt het kind op meerdere vlakken dezelfde begeleiding die hij/zij nodig heeft.

Uitwisselen en overdragen van gegevens

(Observatie)gegevens, rapportages, overdrachtsformulieren en andere informatie van kinderen die op de BSO zitten worden met de school uitgewisseld. De BSO levert informatie aan school en school aan de BSO. Concreet ziet deze uitwisseling er als volgt uit:

  • Informatie met betrekking tot kinderen gaat altijd in overleg met ouders.
  • Bijzonderheden worden altijd medegedeeld in de overdracht tussen leerkracht en pedagogisch medewerker. School kan ouders hiervan op de hoogte brengen door telefonisch contact.

e. Stagiaires die bij ons de kans krijgen om het vak te leren.

Puck&Co geeft stagiaires van verschillende opleidingen de mogelijkheid bij ons stage te lopen. Wij stellen ons graag open voor het (goed) opleiden van toekomstige medewerkers van de kinderopvang. Ook is een maatschappelijke stage mogelijk bij Puck&Co.

Stagiaires staan bij ons altijd boventallig op de groep en worden niet als volledige groepskracht ingezet. De stageperiode is afhankelijk van het leerjaar en de opleiding en kan variëren van een half jaar tot een jaar gedurende 2 tot 3 dagen per week.

De stagiaires worden door 1 bevoegde, pedagogisch medewerker van de locatie begeleid.

Als stagiaire houd je je bezig met het ondersteunen van de begeleiding en verzorging van kinderen in de leeftijd van 0 – 4 jaar, 2-4 jaar of 4-12 jaar afhankelijk van de groep waar de stagiaire geplaatst wordt, zowel individueel als in groepsverband.

Stagiaires gaan ons ondersteunen in:

  • het creëren van een warme en veilige omgeving;
  • kinderen positief bij te laten dragen aan de groepssfeer;
  • met spelactiviteit;
  • met organisatie en voorbereiding van speciale gelegenheden (verjaardagen, Sinterklaas, Moederdag, Sint Maarten, Kerstmis, Vaderdag);
  • kinderen helpen bij het in acht nemen van hygiëne;
  • met verschonen;
  • bij zindelijkheidstraining;
  • huishoudelijke activiteiten;
  • beheren van materialen;
  • schoonhouden van de groep.

Wij achten stagiaires bereid te zijn zich te blijven ontwikkelen door functioneringsgesprekken en evaluatiegesprekken.

Bij inzet van verzorgende taken, zoals het verschonen van luiers, naar bed brengen en uit bed halen, het voorbereiden en geven van (fles) voeding, gebeurt in eerste instantie onder toezicht van een vaste pedagogisch medewerker. Op het moment dat de begeleidende pedagogisch medewerker en de stagebegeleider vanuit de opleiding ervan overtuigd zijn dat de vaardigheden die hierbij noodzakelijk zijn voldoende beheerst worden, mag een stagiaire (niveau 3 of 4) deze taken zelfstandig uitvoeren. Uiteraard blijft er altijd een pedagogisch medewerker in de buurt.

f. Overige hulp

  • klusjesman

Hij zorgt dat alle klussen uitgevoerd worden die bij alle locaties van Puck&Co op de planning staan, zoals: materiaal leveren, verven, monteer- en timmerwerk.

  • Tijdens evenementen kunnen wij de hulp in schakelen van opa’s, oma’s en ouders.

Inhoudsopgave:

Kennis delen

De reis van de ouder

De opvoeding binnen het gezin en de kinderopvang liggen in elkaars verlengde. Ouders zijn deskundig en eindverantwoordelijk waar het hun eigen kind betreft. De pedagogisch medewerkers zijn deskundig voor wat betreft de opvoeding van kinderen in het algemeen en de opvoeding in de groep. Wij zijn partners van de ouders. In dit hoofdstuk gaan we in op dit partnerschap tussen ouders en pedagogisch medewerkers.

4.1 Samenwerking met ouders

De kwaliteit van de kinderopvangvoorziening, dan wel het welzijn van een kind tijdens de opvang is in sterke mate afhankelijk van de relatie en samenwerking tussen ouders en pedagogisch medewerkers. Wij vinden het belangrijk dat er sprake is van wederzijdse betrokkenheid en contact. Dit betekent voor ons dat wij open staan en respect hebben voor de stijl van leven van ouders, de visie en meningen van ouders. En dat wij belangrijke informatie vanuit Puck&Co of informatie over kinderen, delen met ouders (zie het kopje ‘openheid en respect’). Van ouders verwachten wij dat belangrijke informatie (over het kind, de opvoeding of ons kinderdagverblijf) met ons wordt gedeeld. Dit stelt ons in de gelegenheid om bijvoorbeeld beter in te kunnen springen op situaties die spelen in het leven van de kinderen.

Wij kunnen gedrag beter begrijpen door erover te praten of adequaat naar te handelen

Ouders die zich niet kunnen vinden in de werkwijze van Puck& Co kunnen dit met ons delen, dan zijn wij in de gelegenheid dit verschil van mening met ouders te bespreken en onze werkwijze wellicht aan te passen. Alles in een open, respectvolle en eerlijke communicatie. Naast de dagelijkse contacten en de formelere ontmoetingsmomenten (zie het kopje ‘openheid en respect’), stimuleren wij informeel contact en betrokkenheid van ouders door ontspannen ontmoetingsmomenten te creëren, bijvoorbeeld een zomerfeest, een ouderavond of een themaochtend.

Partnerschap en samenwerking tussen ouders en pedagogisch medewerkers betekent ook dat wij ouders betrekken bij het stimuleren van de ontwikkeling van de kinderen. Wanneer het stimuleren van de ontwikkeling van de kinderen, zowel thuis als op de kinderopvang gebeurt, komt dit de ontwikkeling van de kinderen ten goede.

Binnen IKC De Droomgaard betrekken wij de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van de kinderen door middel van:

  • Observaties bespreekbaar maken met ouders
  • Het organiseren van ouderavonden met een pedagogisch thema
  • Gesprekken met ouders over de voortgang van de ontwikkeling van kinderen
  • Open en eerlijke communicatie over de ontwikkeling van het kind.
  • Het respecteren van verschillende normen en waarden.
  • Kennis delen met ouders.
  • Adviezen, tips of tops te delen met ouders.

4.2 Visie op het opvoeden met verschillen in normen en waarden

Er kan verschil bestaan in normen en waarden die de ouders en Puck&Co hanteren. Wij gaan hier graag over in gesprek met de ouders en met elkaar als team. “Hoe gaan wij bijvoorbeeld om met feestdagen die niet bekend zijn in Nederland?”.

Wij vinden het belangrijk dat kinderen leren omgaan met verschillen tussen mensen en culturen. We praten hier met hen over en leggen verschillen uit. We lezen boekjes over het onderwerp. We proberen verschillen begrijpelijk te maken door het in een spelvorm te gieten, bijvoorbeeld door kinderen elkaar te laten vergelijken in de spiegel. En bij de inrichting (van de hoeken) houden wij rekening met verschillende culturen, zodat alle kinderen zich bij ons thuis kunnen voelen. Denk hierbij aan de inrichting van thematafels en hoeken met Pasen, Kerst en het Suikerfeest.

4.3 Openheid, respect, communicatie en informatie delen

Om te komen tot een open, respectvolle communicatie en uitwisseling van informatie zijn er verschillende (in)formele gespreksmomenten en verschillende manieren waarop wij informatie met ouders delen. We zetten het op een rij:

(In)formele gespreks- en informatiemomenten

  • Rondleiding
  • Plaatsingsgespek
  • Kennismaken op de groep
  • Wennen, zie hiervoor symbool ‘opvang’ in dit pedagogisch werkplan
  • Evaluatiegesprek
  • Dagelijkse overdracht, brengen en ophalen
  • Incidenteel gesprek
  • Thema- en ouderbijeenkomsten
  • Ontwikkelgesprekken
  • Verdere informatie over het kind vanuit de ouder

Overige informatie vanuit Puck&Co:

  • Teamsamenstelling, zie hiervoor symbool ‘opvang’ in dit pedagogisch werkplan
  • Huishoudelijk reglement
  • Specifieke informatie over de locatie
  • Pedagogisch beleid / werkplan
  • Oudercommissie
  • Overplaatsing naar andere groep, zie hiervoor symbool ‘opvang’ in dit pedagogisch werkplan
  • Extra dagdelen, zie hiervoor de ‘tarieven en voorwaarden’
  • Ruilen, zie hiervoor ‘tarieven en voorwaarden’
  • Afmelding, zie hiervoor ‘tarieven en voorwaarden’

Naast de verschillende gesprekken die er met ouders plaatsvinden, wordt er op de volgende manieren informatie vanuit Puck&Co aan ouders verstrekt:

  • Bakjes
  • Memoborden
  • Thema, locatiegerichte nieuwsbrieven
  • Ouderavonden
  • Activiteitenplanning

Digitale middelen die Puck&Co inzet om ouders te informeren zijn:

  • E-mail
  • Website
  • Facebook
  • Konnect oudercommunicatie app
  • Instagram

4.4 Oudercommissie (OC)

Puck&Co heeft op veel locaties een oudercommissie die als vertegenwoordiging van alle ouders van een locatie optreedt. De oudercommissie wordt betrokken en heeft adviesrecht inzake diverse beleidsmatige zaken op locatieniveau zoals: het algemeen beleid op het gebied van voeding, opvoeding, veiligheid en gezondheid; de openingstijden; het beleid rondom voorschoolse educatie; vaststelling en wijziging van de klachtenregeling; wijzigingen van de prijs van de kinderopvang en de kwaliteit van de opvang. De oudercommissie heeft minstens twee keer per jaar een overleg met de Locatiemanager of een gedelegeerde.

Puck&Co heeft niet op elke vestiging een oudercommissie. De Wet Kinderopvang verplicht kinderopvanginstellingen tot het opstellen van een oudercommissie. Dat het formeren van een oudercommissie echter lang niet altijd lukt blijkt uit divers onderzoek in opdracht van het Ministerie. Daarom is er in een wetwijziging per 1 januari 2016 tevens een vorm van alternatieve ouderraadpleging opgenomen. Puck&Co komt tegemoet aan de alternatieve ouderraadpleging, door ouders van een vestiging zonder oudercommissie op de hoogte te stellen van de vergadermomenten van de bestaande oudercommissies. Ouders kunnen zich op deze manier aansluiten bij een vergadering van een oudercommissie.

Daarnaast gebruiken wij bij het ontbreken van een oudercommissie nieuwsbrieven en/of mail waarin alle ouders worden geïnformeerd over zaken waar wettelijk adviesrecht over is. Overigens mogen ouders ook ongevraagd adviseren over de adviesonderwerpen die in de wet zijn opgenomen.
Ouders worden in de gelegenheid gesteld om op voorgenomen besluiten/wijzigingen te reageren en vragen te stellen voor een bepaalde datum. Volgt er geen reactie dan gaan wij ervan uit dat ouders akkoord zijn met het voorgenomen besluit/wijziging.

IKC De Droomgaard heeft geen Oudercommissie.
Mocht u belangstelling hebben aan deelname aan de oudercommissie, kunt u contact opnemen met de IKC-directeur.

Voor eventuele klachten willen wij u verwijzen naar onze klachten procedure, deze is te lezen op onze website www.puckenco.nl

Inhoudsopgave:

Ontspanning

Een gezonde levensstijl

Binnen Puck&Co vinden wij een gezonde levensstijl erg belangrijk. Daarom kiezen wij bewust voor het integreren van bewegen, voeding en natuurbeleving. In dit hoofdstuk gaan we in op bewegen en natuurbeleving. Bij het symbool ‘opvang’ gaan we in op voeding.

5.1 Beweegkriebels

Door te bewegen worden verschillende ontwikkelingsgebieden bij de kinderen gestimuleerd.
Al vanaf het prille begin zijn er motorische vaardigheden aanwezig en worden deze ontwikkeld:

Voorbeelden van reflexen van een pasgeboren baby 

• Zuigreflex; Oogreflex: Stapreflex en kruipreflex: basis voor latere motoriek

De ontwikkelingsvolgorde van groot motorische vaardigheden heeft alles te maken met de biologische rijping, zoals het steviger worden van botten en spieren, de uitbreiding en specialisatie van het centrale zenuwstelsel en door de groei veranderende lichaamsproporties.

De mate van ondernemingslust of exploratiedrang van het kind beïnvloedt mede de motorische ontwikkeling

Voor de invloed van de omgeving is het van groot belang dat het kind ruimschoots de kans krijgt zich te bewegen. Hoe rijker het aanbod van de mogelijkheden, des te handiger en vaardiger het kind met zijn lijf zal omgaan. Ook zijn de vermogens die het kind in aanleg heeft meegekregen van invloed op de motorische ontwikkeling. Niet alleen de mate waarin, ook het tempo waarin het zenuwstelsel rijpt en ontwikkelt is in aanleg gegeven. Daarom richten wij de binnen- en buitenruimtes van Puck&Co zo in, dat kinderen vele motorische ervaringen op hun eigen ontwikkelingsniveau kunnen doen. De pedagogisch medewerkers hebben een actieve stimulerende taak op het gebied van bewegen.

Kinderen bewegen ook graag op muziek. Wij bieden de kinderen daarom regelmatig de gelegenheid om vrij te bewegen op muziek. Daarnaast bieden wij Bewegen op muziek aan. Aan de hand van thema’s gaat de pedagogisch medewerker met de kinderen aan de slag.

5.2 Kinderyoga

Puck&Co biedt speelse yogalessen aan, aan kinderen van 0 t/m 13 jaar. Kinderyoga staat voor plezier, bewegen, ontspannen en contact maken met jezelf, je omgeving en anderen.

5.3 Peutergym

Wij hebben organiseren ook peutergym in het speellokaal van ons IKC. Er wordt een uitdagende beweegruimte ingericht. Kinderen leren hier klimmen en klauteren.

Kinderen leren stevig met beide voeten op de grond te staan. Het bevordert de concentratie, het zelfvertrouwen en de groepsdynamiek. Dit alles in een veilige sfeer, zonder dat er sprake is van competitie of prestatiedruk. Tijdens de yogalessen leren  de kinderen op een speelse wijze balans te voelen tussen beweging en rust, spanning en ontspanning.

5.3 Inrichting binnenruimte

Binnen Puck&Co vinden we het belangrijk dat de kinderen ook binnen de ruimte hebben om zich te bewegen. En dat de ruimte het kind uitnodigt en uitdaagt om dingen te ontdekken en te onderzoeken. Bij de inrichting is rekening gehouden dat hier ruimte voor is.

De groepen worden gezellig en sfeervol ingericht zodat het kind zich er veilig en vertrouwd voelt. Ook worden er op vaste plaatsen regelmatig kunstwerken van de kinderen opgehangen, zodat het kind kan zien dat zijn creativiteit gewaardeerd wordt.

De inrichting van de binnenruimtes en de aanwezige materialen bij Puck&Co is aangepast aan de leeftijd van de groep kinderen dat gebruik maakt van de betreffende ruimte. 

Met de aanschaf van ons spelmateriaal houden we rekening met de verschillende kinderen en de verschillende ontwikkelingsstadia waarin zij zich bevinden. We proberen een gevarieerd aanbod te hebben waarin plaats is voor spelmateriaal in verschillende kleuren, van verschillende materialen vervaardigd met verschillende ontwikkelingsdoelen. We lopen de verschillende leeftijdsgroepen langs: 

Een baby (0 tot 1 jaar)

Bij baby’s is het mooiste ‘speelgoed’ de mens. Er valt van alles te ontdekken aan zichzelf, aan andere kinderen en aan de vertrouwde verzorgers. Naarmate de baby ouder wordt en zijn wereld groter wordt, ontstaat ook de interesse voor materialen en ‘speelgoed’. Bij een baby kan een stoffen doekje al een hele ontdekkingstocht betekenen en als speelgoed gezien worden.

Spelen is voor kinderen van essentieel belang, het heeft grote invloed op de ontwikkeling van het kind. De vroegste spelvormen zijn eenvoudige beweging- en manipulatiespelletjes bijvoorbeeld: trappelen met de benen, spelen met de vingers, duwen tegen een babygym, een bal rollen en het laten vallen van een blokje. Het vaak herhalen helpt de baby om het eigen lichaam en de mogelijkheden daarvan beter te leren kennen. De baby ontwikkelt vervolgens een gevoel van competentie.

Het spel blijft leuk omdat het verassend blijft: het hangspeeltje komt terug als er tegen aan wordt geduwd, de bal rolt weg of maakt ineens een geluid. Deze eerste vormen van spel stimuleren het zelfgevoel en de motorische ontwikkeling.

Kinderen van deze leeftijd hebben hun bewegingen nog niet zo goed onder controle, zodat er wel eens hardhandig met speelgoed en materialen wordt om gegaan. Stevig speelgoed is dan ook het beste. Kinderen zijn snel afgeleid daarom geven wij niet teveel speelgoed tegelijk.

Een baby stopt alles in de mond. Het speelgoed moet daarom regelmatig schoongemaakt worden en niet te zwaar of te klein zijn zodat het ingeslikt kan worden. Het speelgoed moet ook kleurecht zijn, mag geen scherpe uitsteeksels hebben of PVC bevatten.

Voor de baby’s wordt er buiten een afgeschermde hoek gecreëerd, zodat zij veilig en rustig kunnen spelen en ontdekken.

In de babygroep bieden wij materialen en speelgoed aan dat past bij hun interesse en ontwikkeling.

Een baby:

  • luistert graag naar een rammelaar, muziekdoosje, mobile
  • kijkt graag naar kleur en beweging; kleurige en bewegende figuurtjes boven de box
  • sabbelt en zuigt op een bijtring, rammelaar, plastic speelgoed
  • voelt de vorm van het materiaal; grijpmateriaal, knuffels, popjes van badstof of plastic
  • knijpt in piepbeestjes, zachte bal
  • kijkt, beweegt en grijpt naar baby gym, activitycenter, spiegeltje, trekpopje, bal met figuurtjes
    erin, duikelaar

Een dreumes (1 tot 2 jaar)

Kinderen van deze leeftijd vinden het heerlijk om ergens dingen in te doen- eruit te halen- erin te doen en dit eindeloos te herhalen. Ze zetten dingen graag in- en uit elkaar, duwen tegen dingen aan om te laten bewegen, gooien, stapelen en ontdekken dat dingen geluid maken. Bij een keukentje op de groep is het op deze leeftijd nog vooral belangrijk dat ze dingen in de kastjes kunnen zetten en er weer uit kunnen halen. Ze zullen nog niet echt met het keukentje gaan spelen, waar het voor bedoeld is. Al beginnen ze al wel handelingen uit de ‘grote mensen wereld’ na te doen: telefoneren, thee inschenken en opdrinken of een baby verzorgen. Bij de inrichting wordt er gezorgd dat de kinderen dit eenvoudige rollenspel kunnen laten zien. In de huishoek liggen een; telefoon, bezem, dweil, stoffer en blik, poppen, Maxi-Cosi, buggy, tasje, keukentje, winkeltje, verkleedkleren etc.

Bij de materialen op de groep wordt rekening gehouden met wat dreumesen graag doen:

  • stapelen; megablokken
  • kruipen; loopfietsje, loopkar, trekbeest
  • duwen, laden, lossen; een duwkar, poppenwagen, grote auto
  • sorteren; houten puzzels en gekleurde blokken
  • rijgen; grote kralen en een groot rijgblok
  • kijken en herkennen; prentenboeken met een plaatje per pagina, liedjes en opzegboekjes
  • tekenen met wasco en kleurpotloden

Een peuter (2 tot 4 jaar)

Peuters leren steeds meer samen te spelen en worden handiger doordat hun fijne motoriek zich ontwikkelt. Veel spelmateriaal staat op kindhoogte zodat het kind zelf kan kiezen en het zelf kan pakken. Hiervoor is de ruimte overzichtelijk ingericht en op ooghoogte van de kinderen gelabeld. Op deze wijze kunnen de kinderen gemakkelijk zelf kiezen en opruimen.

Kinderen van deze leeftijd spelen graag de volwassen wereld nog verder na. Hierbij kunnen ze al de handelingen uitvoeren die bij een ‘rol’ horen, bijvoorbeeld een dokter. Ze fantaseren er van alles bij, waarbij de aanwezige levensechte materialen hen helpen en tot spel uitdagen: werkbankje, dokterssetje, keukenspulletjes, winkeltje met spullen een garage etc.

Bij de peuters wordt er met het VVE programma Startblokken gewerkt. Hierbij wordt gewerkt met specifiek ingerichte (thema)hoeken om daarmee te zorgen voor betekenisvol spel waardoor de verschillende ontwikkelingsgebieden van peuters worden gestimuleerd.

De hoek waar de kinderen ‘dokter’ spelen, wordt bijvoorbeeld zoveel mogelijk ingericht als een dokterspraktijk.

Binnen Startblokken wordt er met thema’s gewerkt en de inrichting van de ruimte wordt aangepast op het thema waar op dat moment over wordt gewerkt in de groep. Daarbij wordt zoveel mogelijk de buitenruimte meegenomen. Ook daar kunnen zij een rol spelen, doordat er buiten ook verkleedkleren worden aangeboden, of gereedschap om de ‘kapotte’ auto’s te repareren. Of de was die binnen in de groep is gedaan, wordt buiten opgehangen. De materialen en het spel valt binnen een thema en wordt daarom regelmatig afgewisseld, waardoor het steeds de nieuwsgierigheid van kinderen wekt.

Naast deze thema gebonden activiteiten, wordt er ook met andere materialen rekening gehouden met de interesses van peuters: zwembadje, glijbaan, fietsen, autorijden

Wat een peuter verder graag doet:

Materialen die de taal- en rekenontwikkeling stimuleren op een wijze die bij peuters past.

  • teken- en schrijfmateriaal die past bij de interesse van de kinderen
  • knutselen met ‘open eind’ materiaal
  • passen en meten; puzzels, vloerpuzzels, kruiwagen, driewieler, step
  • bouwen/ construeren; grote en kleine blokken, kosteloos materiaal, lego – auto’s en treinen
    uit elkaar halen, houten trein met spoor
  • onthouden en combineren; memory, domino, lotto
  • ontdekhoek met verzamelingen die geteld, geordend en gemeten kunnen worden
  • samenspelen; eenvoudige gezelschapsspelletjes als kwartetten, bonte ballonnen en het spel
    in hoeken
  • fantaseren; verkleedkleren, handpoppen
  • kijken en luisteren; prentenboeken, voorleesboeken, muziek luisteren

Ieder jaar is er een budget voor de aanschaf van nieuw speelgoed. Dit ter vervanging van oud/kapot materiaal of ter aanvulling van het bestaande aanbod.

5.4 Inrichting buitenruimte

De buitenruimtes zijn zo ingericht dat de kinderen van verschillende leeftijden op een veilige manier op onderzoek uit kunnen gaan. Op de BSO is er de mogelijkheid om d.m.v. het geven van toestemming van ouder(s)/verzorgers(s) kinderen zonder toezicht buiten te laten spelen. Dit moet wel verantwoord zijn, wij moeten aan een zorgplicht voldoen en als onze inschatting is dat het nog niet verantwoord is kan een kind alleen met toezicht buiten spelen, uiteraard gaan we hier met u het gesprek over aan. Voor de veiligheid van de kinderen zijn er zo min mogelijk gevaarlijke obstakels buiten en staan er geen giftige planten.

Door onze buitenruimtes zo groen en natuurlijk mogelijk in te richten, laten we de kinderen kennismaken met de natuur en brengen we ze respect voor de natuur bij

5.5 Avontuurlijk natuurlijk

Binnen Puck&Co vinden wij het belangrijk dat kinderen dagelijks naar buiten gaan, onder wisselende (uiteraard wel veilige) weersomstandigheden. Buitenspelen is gezond: kinderen kunnen er een frisse neus halen, hun weerstand opbouwen en hun energie kwijt. Verschillende jaargetijden en weersomstandigheden kunnen een extra/andere dimensie geven aan het buitenspelen en daar maken we soms bewust gebruik van.

Kinderen kunnen zich er vrij bewegen.

Buitenspelen bevordert de grove motoriek die bij kinderen op deze leeftijd erg in ontwikkeling is. Kinderen doen buiten heel andere ervaringen op dan binnen. Ze kunnen er op onderzoek uitgaan en er zijn vele natuurlijke materialen die uitnodigen tot fantasiespel.

Daarom bieden we de kinderen soms bewust geen materialen aan. Als het herfst is spelen ze bijvoorbeeld met de bladeren en de takken, wat hun fantasie prikkelt. 

Ook vinden er buiten kleine activiteiten plaats (samen zandkoekjes bakken, overgooien met de bal) en probeert de pedagogisch medewerker het spel van de kinderen te begeleiden of kinderen te observeren. Sommige kinderen hebben extra begeleiding van ons nodig omdat ze het nog niet prettig vinden om buiten te spelen.

Daar wij kunnen gaan we er op uit met de bakfiets of lopend, zo kunnen de kinderen de buitenwereld ontdekken en leren zij om te gaan met diverse verkeerssituaties.

5.6 Inrichting binnenruimte BSO

Binnen de BSO wordt er vaak gebruik gemaakt van gemeenschappelijke ruimtes met peuterspeelzaal of school. Puck&Co probeert zoveel mogelijk aan te sluiten bij de belevingswereld van kinderen, een uitdagende speel-leef en beleefwereld is daarbij van belang. De ruimte moet voor alle kinderen de mogelijheid bieden zich terug te trekken of juist in groepsverband activiteiten uit te voeren. Daarnaast wordt er bij de binnenruimte rekening gehouden met een aantal vaste routines. Zo zal er een mogelijkheid moeten zijn om met de groep iets te drinken of ergens te rusten. Dit kan door middel van vaste plekken of door een flexibele inrichting, waarbij er hoeken op verschillende plekken binnen een gebouw aanwezig zijn.

5.7 Inrichting buitenruimte, sport & bewegen en natuurbeleving

Er worden op de BSO dagelijks uitdagende buitenactiviteiten aangeboden om te stimuleren dat kinderen bewegen in de gezonde buitenlucht. Er wordt veel gespeeld op (school)pleinen. Daar is ruimte om te spelen, een spel te doen of samen te sporten.

Puck&Co stelt zich bij de BSO ten doel dat alle kinderen in aanraking komen met verschillende vormen van sport. We stimuleren de kinderen om te bewegen en plezier te hebben in het beoefenen van een sport.

De kinderen komen door deze manier van werken in aanraking met een breed scala van sport en spel. De pedagogisch medewerker probeert hierbij zoveel mogelijk te handelen naar de wensen van de kinderen. De kleinere kinderen in de groep ± 4-5-6 jaar worden extra begeleid bij het sporten, in het licht van veiligheid en geborgenheid.

De opvang bij onze BSO staat naast actief ook primair in het teken van natuurlijke activiteiten. Uitgangspunt daarin is dat de kinderen kennismaken met de natuur. Wij zullen met onze BSO locaties gebruik maken van de mooie bossen, parken, grasvelden en velden in onze omgeving.

Bij de BSO gaat het ontdekken steeds meer over in leren. De kinderen leren spelenderwijs over insecten, planten en bomen, hoe ze met een kompas kunnen wandelen en hoe ze hutten kunnen bouwen. Materialen die aan worden geboden kunnen kinderen bij deze ontdekkingstocht gebruiken.